Google
This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project
to make the world's books discoverablc onlinc.
It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover.
Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the
publisher to a library and fmally to you.
Usage guidelines
Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying.
We also ask that you:
+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for
personal, non-commercial purposes.
+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the
use of public domain materials for these purposes and may be able to help.
+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it.
+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe.
About Google Book Search
Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web
at |http: //books. google .com/l
Google
Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken.
Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn.
Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u.
Richtlijnen voor gebruik
Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op
automaüsch zoeken.
Verder vragen we u het volgende:
+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden.
+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe-
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien
hiermee van dienst zijn.
+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet.
+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng.
Informatie over Zoeken naar boeken met Google
Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken
op het web via |http: //books .google .coml
11 iJdSö®
DE
CH1><KESCIIË IIEÜASDELINÜSWIJZE
KEELDIPHTHERITIS
A. O. voKm^«*'*-
„„„,».. sm.M.»ui;.
lOH).
CHINJÜESCHE BEHANDELINGSWIJZK
TAH
KEELDIPHTHERITIS.
CHINJÜESCHE BEHANDELINGSWOZIi;
KEELDIPHTHERITIS.
iu
DE
CHINEESCHB BEHANDELINGSWIJZE
VAN
KEELDIPHTHERITIS
DOOR
A. G. yOKDKRMAlV.
Stadsgeneetheer te Batavia.
(^iRRUPONDtUKflD Lil) DtR K. AkAD. T. WkTIMSCUAPPKM TK AlSTCIlbAll.
BATAVIA E5 iNOOUDWlJK .
1890.
i^iin
,• -
» . W fc
DE GfinrEESGHE BEEAümEinTGSWUZE
VAN
K E E 1. 1) I P H ï H E R I T I S
DOOR
A. G. VORDKR]»! AlV.
Stadsgeneesheer te Batavia.
C0IIIIR.«P0XDKHBMD LID DER K. AK4D. V. Wr.TKTfSCHAPPEN.
Diphlheritische keelontsteking is ecno contngiense infectie-
ziekte, welke veelvuldig op Java voorkomt.
Vroeger moet zij er onbekend zijn geweest, te oordeelen
naar de mededeelingen van oude medici , die bevestigd worden
door het feit dal Dr. Waitz, in zijn werkje over tropische kinder-
ziekten, in 1844 te Siimarang uitgegeven, die ziekte niet vermeldt.
Te Batavia zijn diphlheritis-gevallcn sporadisch en neemt
hun aantal gewoonlijk in den regentijd zoodanig toe, dat het
de algemeene aandacht trekt, doch nooit zijn hier epidemien
van diphtheritis waargenomen, zooals die nu en dan in Euro-
peesche steden voorkomen, \^at zeker een gevolg is van het
verschil in levensomstandigheden der inwoners. Toch worden
wel eens meerdere leden van één huisgezin gelijktijdig of kort
na elkander door keeldiphtheritis «langetast, zoodat dan vau
cene huis-epidemic sprake kan zijn.
In deze wijze van optreden staat deze ziekte {(^ Batavia nitl
alleen. Het geheele jaar door zijn ook enkele gevallen van
angina follicularis , pcrtussis, parotitis, roseola, morbilli,
varicellae en variolae waar te nemen, terwijl slechts nu en
dan, onder daartoe gunstige omstandigheden, het aantal gevallen
o»
Van een dezer zieklen zoodanig kan toenemen, dal er vaneene
epidemische uitbreiding sprake is.
Al is dus hel voorkomen van diphtherilis hier ter plaatse
constant, toch meen ik opgemerkt te hehben, dat de kinderen
der inlanders zelden worden aangetast, niettegenstaande zij
meestal onder ongunstige hygiënische verhoudingen leven, maar
dal de volbloed Europeesche, Creoolsche en half-caste Europeesche
kinderen daarvoor het meest vatbaar zijn. Ook de inheemsche
Chineesche kinderen, die bijna allen gemengd Chineesch en Maleisch
bloed hebben, zijn niet zelden aan diphtherilis onderhevig.
Volgens beweren van Chineesche artsen, zoude in de dicht-
bevolkte steden van Chim diphtherilische keelontsteking tolde
veelvuldig voorkomende ziekten behooren en moet dit reeds
sedert eeuwen hel geval zijn geweest.
De resultaten nu, die de Chineesche geneesheeren hebben
van hunne behandelingswijze dezer ziekte, en die zeer gunstig
afsteken legen die van andere zieklen, schijnen reeds geruimen
tijd hier bekend te zijn, ten minste bij het Indo-Europeesche
publiek beslaat eene voorliefde zich, in geval van keeldiphtheriti^%
door Chineezen te doen behandelen.
Van lieverlede heeft deze Chineesche methodus medendi bur-
gerrecht verkregen en het is geen zeldzaamheid, dat de hier
gevestigde Europeanen bij keelziekten eerst hel advies van
hunnen huisarts inwinnen om zich in geval van diphtherilis
onmiddellijk onder Chineesche behandeling te stellen.
Soms gebeurt dit ook zonder deskundig praeadvies; doch
geschiedt zulks met voorkennis van den behandelenden Euro-
peeschen geneesheer, dan trekt deze zich gewoonlijk terug,
daar het hem niet mogelijk is ten opzichte van eene hem onbe-
kende methode, die door de patiënten boven de zijne wordt
verkozen, de verantwoordelijkheid van het geval op zich te nemen.
Enkele malen echter noodigt de familie den huisarts uit
met de observatie der lijders, tijdens het aanwenden van Chi-
neesche geneesmiddelen, door te gaan, lol meerdere geruststelling.
Dit overkwam mij o. a. kort na mijne vestiging hier ter plaatse.
^
Hel geval belrof eenen 9-jarigen Creoolschen knaap, bij wien ik
diphllierilische keelontsteking had geconstateerd. De lokale ver-
schijnselen bestonden voornamelijk in een grijs-wit en bruin-
achtig diphtlierilisch exsudaat op de amandelen , de voorste
gehemeltebogen en een gedeelte van de huig, waardoor dit laatste
orgaan het driedubbele van den normalen omvang bezat. De
lympheklieren van de onderkaak en de hals waren gezwollen en
er bestond bovendien salivatie en een foetide reuk uit den mond.
Albumine was in de urine aanwezig, terwijl de lichaams-
temperatuur 40^2 bedroeg.
Gedeeltelijk uit weetgierigheid stemde ik toe den gang der
Chineesche behandeling te volgen.
Het resultaat was dat de koorts na twee dagen verdween, de
klierzwelling van lieverlede verminderde en de exsudaatmassa's
langzamerhand werden afgestooten , terwijl de huig in omvang
afnam en eene intense roodheid der aangedane plaatsen nog
geruimen tijd aanhield. De urine was 14 dagen, nadat de
exsudaten waren verdwenen , nog eiwithoudend , doch er volgden
geene verlammingsverschijnselen op dit ziekteproces.
Dit geleidelijk en volkomen herstel bij een ziektegeval, waar
iedere medicus van ondervinding hoogstens eene dubieuse
prognose zoude hebben gesteld, trof mij zoo, dal ik naspo-
ringen begon omtrent den aard der gebezigde geneesmiddelen
en bij voorkomende gevallen meerdere observaties deed van de
resultaten der Chineesche behandelingswijze.
Ik kan ook niet anders dan in gemoede verklaren, dat die
mij ten zeerste hebben voldaan en ik niet lang daarna zelf
de Chineesche methode bij diphtheritis ging aanwenden.
Wanneer ik beweer dat in mijne practijk minstens 10
diphtherilisgevallen per jaar voorkwamen, dan maak ik mij
aan geen overdrijving schuldig, dat ik in de laatste 9 jaren
geen andere methode dan de Chineesche aanwendde en dat daarbij
slechts 2 gevallen lethaal verliepen , dan laat zich hierdoor mijne
voorliefde verklaren tot deze kuur en gevoel ik mij verplicht,
alles wat mij daaromtrent bekend is, te pabliceeren.
Zooals hierboven werd medegedeeld hadden slechts twee
der door mij waargenomen gevallen een doodelijken af-
loop.
Het eerste betrof een inheemsch Chineesch meisje van 16-
jarigen leeftijd, dal reeds op Chineesebe wijze door een Sin Seh
was l)ehandeld, en bij wie pasteuse zwelling van de onder-
kaakstreek en de hals, benevens een zeer foetide renk uit
mond en neus bestonden, terwijl de geheele keelholte met
een diphtheritisch beslag was bedekt. Hooge lichaamstempera-
tuur, 40"9, ging gepaard met een beneveld sensorium. De
ouders, die hunne dochter eerst onder behandeling van den Sin
Seh (Chineeschen dok Ier) hadden gesteld, vreesden eenen ongun-
stigen afloop en riepen daarom de hulp in van een europeesch
geneesheer. Het meisje overleed echter reeds den volgenden
dag. Hoewel ik hier zelf niet de Chineesebe methode had
toegepast, zoo breng ik toch dit geval op als lethaal omdat
zij reeds bij den aanvang was gevolgd.
Het andere geval belrof een 6-jarigen half-caste knaap,
wiens broeder ik met diphtheritis der tonsillen , der pharynx
en der uvula onder behandeling had. Zoodra bier door
mij diphtheritis was geconstateerd , had ik den vader in
overweging gegeven de overige in huis zijnde kinderen
tijdelijk te doen verwijderen. Hieraan werd door hem geen
gevolg gegeven. Dit verzuim deelde hij mij eerst later mede
toen mijne hulp noodig was voor den knaap in kwestie,
die aan »boP' leed, zooals de man beweerde. Die bof bleek bij
onderzoek te bestaan in zwelling der onderkaaks- en bals-
klieren, ten gevolge van een hevig diphtheritisch proces in de
keelholte, dat niet vroeger herkend was. Even als bij zijnen
onder behandeling zijnden broeder deden zich ook hier bloe-
dingen voor uit de aangedane deelen. De broeder genas met de
Ghineesche geneesmiddelen volkomen, terwijl de kleine, die later
onder behandeling kwam , na eenige dagen overleed. AI is das
deze uitheemsche methode niet onfeilbaar, toch doen deze
gevallen weinig af op hare voortreffelijkheid, maar het blijft
iuJiiier vaii hel hoogsle belang haar onmiddellijk na de herkenning
der ziekte aan Ie wenden. Dikwijls nam ik waar dal zich hel
locale proces desniettemin uilbreidde, maar de resultaten kunnen
naar ik meen gerust gesteld worden tegenover die , welke door
de Ëuropeesche metbodes tot dusverre werden verkregen. Ver-
lammingsverschijnselen na diphlherilis , die. op de Chineesche
wijze is behandeld, komen ook wel voor, doch zijn betrekkelijk
zeldzaam.
In de observatie, omtrent de gunstige gevolgen der Chineesche
methode, sta ik niet alleen. Dr. Hymans van Anrooy, officier van
gezondheid te Poerworedjo, deelde onlangs in het geneeskundig
tijdschrift van Ned. Indiè eene waarneming daaromtrent
mede, waarin hare uitwerking helder aan het licht kwam, en
meerdere collega's te dezer plaatse zullen in de gelegenheid
zijn geweest nu en dan dergelijke gevallen te observeeren.
Voor ik overga tot de beschrijving dezer medicatie, acht ik
bet van belang een en ander mede te deelen omtrent de Chi-
neesche geneesmiddelen.
De Chineezen staan bekend als een volk, dat reeds zeer
vroeg een hoogen trap van beschaving had, zoo zelfs dat zij
ons westerlingen in vele opzichten vooruit waren. Op dien
trap zijn zij echter in de laatste eeuwen gebleven , zoowel wat
betreft de medische, als de overige takken van wetenschap.
Hunne theoretisch medische kennis staat echter, uit ons
tegenwoordig westersch oogpunt beschouwd, niet hoog, en mocht
ik al in dit opstel hunne geneeswijze van diphtheritis hebben
aanbevolen op grond der ervaring, zoo zoude ik niet gaarne
instemmen met hunne theoretische bespiegelingen daaromtrent.
Het is echter hoogst waarschijnlijk dat later nog meerdere
heilzame geneesmethoden in hunne materies medica zullen
worden ontdekt, doch a priori l>oezemt hunne geneeskundige
praxis, als wetenschap, weinig vertrouwen in.
Omtrent hunne materies medica is reeds veel gepubliceerd,
maar de werking, die zij aan hunne geneesmiddelen toeschrijven,
6
berust dikwerf op onlogische gevolglrekkingeu, of schiJDl ous
toe soms geheel uit de lucht te zijn gegrepen. Even als bij
vele indische stammen uit dezen archipel, schijnt ook bij
Chineezen het geloof te bestaan aan de transmigratie van werke-
lijke of vermeende eigenschappen van eenig geneesmiddel naar
het lichaam van den gebruiker. Zoo zal b. v. de welbekende
wortel van de Panax quinquefolium de flnsen^ , die hier som
wordt genoemd , volgens hunne begrippen eene uitstekende
kracht bezitten, niet alleen als roborans, maar ook als aphrodi-
siacum en de eigenschap hebben na inwendig gebruik eenen
vruchtbaren coïtus te veroorzaken. De wortel, die mij hier ter
plaatse als de echte werd vertoond, was zorgvuldig in een
blikje opgeborgen en werd er voorzichtig inet een pincet uilge-
haald, terwijl de waarde werd geschat op / 120. —
Nu is, met eenigen goeden wil, eene gelijkenis van dezen
wortel met eenen homunculus wel (e vinden. Hoofd, romp, armen
en beenen werden met een geheimzinnig gezicht aangetoond en in
deze overeenkomst schuilt de geheime kracht der loegeschrevene
eigenschap. De Heer W. P. Groeneveldt, adviseur honorair voor
Chineesche zaken alhier, deelde mij mede hoe een Chineesche
medicus hem indertijd de, trouwens geheel imaginaire, kracht
van de schubben van het schubdier verklaarde. Deze mierenelers ,
Manis aurila voor China en Manis javanica voor Java, graven
zich holen en kunnen zich volgens Chineesche begrippen op
die wijze dwars door een berg werken. Naar hunne philosophi-
sche bespiegelingen huist in deze dieren eene doorborende
kracht »vis perforans" die zich niet alleen over het geheele
dier, maar ook na zijn dood tot enkele onderdeden uitstrekt.
Op grond van dit geloof zal een Chineesch geneesheer er
toe komen bij coprostase, wanneer de andere middelen
daartegen hebben gefaald, de gepulveriseerde schubben van den
Manis per os aan te wenden. Van die toediening verwacht hij
dat een gat zal worden gegraven in de binnen het darmkanaal
opgehoopte faecaalmassa's , waardoor de eliminatie zal worden
bevorderd.
De Chiiieesche materies medica beval echter ook eeir schal
van werkzame geneesmiddelen, waarvan ik er slechts enkele hier-
onder wensch op ie noemen, ook om daardoor tevens de
overeenkomst met de onze aan te toonen.
Als zoodanig citeer ik: — moschus — eene canlharidensoorl —
aconiet — aloë — angelica — asa foetida — belladonna — cam-
pher — borneol — cassia — catechii — cicuta — datura — gel-
semium — euphorbia — sleranys — liquiritia — zingiber —
coptis — niix vomica — rheum — smilax -^ opium — storax —
valeriaan — veralrum — menthol — calomel — cinnaber —
borax — arsenik — salpeter — salmiak — ijzer- en koperzoulen.
Zooals bekend is» komt de inrichting van eene Chineesche
apotheek over het algemeen overeen met een der onze. De
voorraad geneesmiddelen wordt in polten of papieren gewikkeld,
gewoonlijk in een aangrenzend vertrek opgeborgen.
Aangezien de lezer in dit opstel met eenige Chineesche re-
cepten kennis maakt, zoo acht ik het niet ondienslig ook omtrent
de receptuur een en ander mede te deelen, voor zooverre dit
hier te pas komt.
Hel recept van den Chineeschen dokter is natuurlijk ge-
schreven op Chineesch papier met Chineeschen inkt. De wes-
tersche praeposilio »Recipe" ontbreekt. De opsomming der te
vermelden artsenijen begint rechts boven aan het blad.
Onder den naam van ieder geneesmiddel staat de gewichts-
hoeveelheid, die bedoeld wordt, bekend gesteld; de volgorde
der ingrediënten is van boven naar beneden. Is eene rij vol-
geschreven en het recept nog niet beëindigd, dan vervolgt
men het van boven links naast het eerst geschrevene. Gewoon-
lijk vindt men aan de linkerzijde van het recept de gebruiks-
aanwijzing met iets grootere letters vermeld.
Enkele geneesheeren geven recepten af, waarop met roode
letters hun naam is gestempeld en zeer enkelen vermelden
den datum ; maar meestal is het voorschrift ongeteekend en niet
gedateerd; nooit staat er de naam van den patiënt op vermeld.
Wanneer zulk een recept den Chineeschen apotheker ter fine
8
van bereiding wordt afgegeven, zendt deze hel, tegelijk met
de afgeleverde medicijn, terug naar den patiënt.
Liassen van geneeskundige voorschriften zijn dus in de Clii-
neesche apotheken onbekend. De voorgeschreven geneesmiddelen
worden op kleinere of grootere unsters afgewogen , waarbij de
volgende gewichtshoe veelheden gebruikelijk zijn.
de nioe of thall=10t9l z=: 0.038601 Kg.
» tftl = 10 hoen = 0.003860 «
» hoen of mata = 10 U = 0.000386 »
» 11 = 0.000038 «
Deze gewichtshoeveelheden zijn overgenomen uit den Regee-
rings-almanak voor Nederlandsch-Indië en komen het naast bij die,
waarvan in de Chineesche apotheken gebruik wordt gemaakt.
Op de lijst der maten en gewichten, die in hetzelfde ofBcieele
stuk voorkomt, worden nog andere tbails genoemd, zooals
van 54.09— 50-40— 47.174— 35.714— en 55.585 gram, maar
hel medicinale Chineesche gewicht komt het naast bij hel
eerstvermelde.
Om mij daarvan te overtuigen heb ik dit gewicht in ver-
schillende Chineesche apotheken te Batavia opgenomen met het
ondervolgend resultaat.
Bij TjoeiN sim tong te Pinloe besar woog 1 thail 38.1 gram.
» Ban uok tong » Toko liga » » » 38.6 »
» Tji an tong »> Djilakeng » » » 37.6 »
» YoNG PIT HAP » Pinloe ketjil » » » 38.0 »
» LoA HiAN uiAUW » Tougkanqan » » » 38.1 »
» LioK HO KIE » Kali besar » » » 38.0 »
» Oeij poi ■ Senen » • » 3g.0 »
» O A NJi » Senen » » "37.6 »
» Ho SIN LONG » Pasar baroe » » » 37.6 »
» Tio A KAM » Tanakbang » »> » 36.6 •
Deze verschillen zijn opmerkelijk, daar de eenheid van
medicinaal gewicht hier op Batavia bij de Chineezen geheel en
al schijnt te ontbreken , zoodat ook hierin bet volkomen gemis
9
aau coulróle van de zijde der auloriteileu, leii opzicblc vaii de
Cbiueesche apotheken, leu slerksle uitkomt. Voor ous doel,
t. vv. de samenstelling en de bereiding van de bieronder te
vermelden keelpoeders, zijn die verscbillen van ondergeschikt
belang, daar de onderlinge verhouding der ingrediënten van een
recept toch gelijk blijft, zoodat enkel de totale hoeveelheid van het
geneesmiddel bij verschillende apothekers, verschillend zal zijn,
maar het blijft evenwel van belang deze verscbillen te weten.
Ook komen soms in één apotheek unsters voor tot medicinaal
gebruik, die onderling kleine verschillen aanbieden, waarvan
ik mij heb overtuigd.
Bij vloeistoffen wordt als maalseenheid een Ghineesche kom
genomen, oa» geheeten, waarvan de inhoud een kwart liter
bedraagt, üeze wordt weder in 10 onderdeden verdeeld.
De middelen nu, die tegen keeldiphtheritis worden voorge-
schreven, waren oorspronkelijk niet geheim. Reeds in de bekende
chineesche materies medica Pen ts^au kang moe, die meer
dan 500 jaren geleden voor het eerst werd gepubliceerd, zijn
recepten vermeld tegen diphtheritis, maar de navraag, die te
Batavia door Europeesche belangstellenden werd gedaan en het
goede succes, dat de Ghineesche behandeling tegen die keelziekte
heeft, hebben de meeste Chineesche doctoren doen besluiten een
deel hunner geneesmethode geheim te houden. Het is mij
echter na een veeljarig onderzoek mogen gelukken eenige re-
cepten tegen diphtheritis machtig te worden. Het publiceereu
daarvan, benevens de toelichting, die daarop voor hel westersch
geneeskundig publiek noodig is, vormt het voornaamste deel van
dezen arbeid.
De chineesche methode nu tot genezing van angina diphtheri-
tica bestaat uit:
P. Eene lokale behandeling door middel van inblazen in
den keel van een samengesteld poeder,
V, Eene algemeene door inwendige toediening van twee soor-
10
teil van decocluiii, êéii tijdens de uiliireiding van licl diplillie-
rilisch beslag en hel ander nadat dil lot staan is gekomen , en
3° hel regelen van de dieet.
Te Balavia woont een oude Hokien-Chiuees, die plaatselijk
de beste reputatie bezit in het genezen van diphtheritis. Hij
heel Si Ma In en woont in Gang iorong nabij Glodok. Hij
is de man, met wien ik in hel eerst vermelde geval kennis
maakte en van wiens geneeswijze ik de beste resultaten zag.
Van de behandelingswijze van eenen anderen Hokien -Chinees op
Passav Baroe mocht ik eveneens goeden uitslag zien; doch
kortheidshalve zal ik mij in dit opstel voornamelijk lot Si Ma In's
methode bepalen. Zelf is deze geen geneeskundige (Sin Seh),
doch de voorschriften der middelen, waarvan hij zich bedient,
berusten sederl verscheidene generaties in zijne familie, om van
vader op zoon over te gaan. Het is daarom dat hij een er
van, l. w. de samenstelUng van zijn inblaaspoeder, geheim
houdt. De man bezit eene verbazende hoeveelheid allesten
van herstelde patiënten, doch bij de beoordeeling daarvan
dient niet uit hel oog te worden verloren , dal zij door leeken
zijn afgegeven en dat lang niet alles wal hij als diphtheritis
genas op dien naam kon bogen. Zoo geneest angina follicularis
zeer snel bij de enkele aanwending van het keelpoeder. Hoewel
hij door jarenlange ondervinding vrij goed diphtheritis van
andere keelziekten weel te onderscheiden, zoo is hij gewoon ,
misschien zekerheidshalve ook bij andere , minder ernstige keel-
ziekten, dezelfde methode te volgen , wanneer daartoe zijne hulp
door angstige patiënten wordt ingeroepen. Vermoedelijk is de
minder constante samenstelling van zijn inblaaspoeder (^) te wijlen
aan het feil, dat hij, door jaren lange bereiding geblazeerd, zich ver-
oorlooft voor de vermenging ten opzichte der ingrediënten geene
gewichten meer te gebruiken, maar dat hij de fijne bestanddee-
len op zicht bij elkaar voegt. Ook de ailevering geschiedt
(O De kleur is nu eens roodbruin, dan weder chocoladeklcurig.
11
zouder voorafgegane weging. Slechls vau één bestanddeel
geeft hij het publiek, dat daarin belang stelt, kennis , t. w. fijn-
gestooteu pareleu en zulks om den buitensporig hoogen prijs
te verklaren, dien hij voor zijn middel vraagt. Van de
kruidenspecies, die lot decoet moeten dienen bij de inwen-
dige behandeling, maakt hij geen geheim en schrijft hij bij de
zieken recepten voor, die in iedere Ghineesche apotheek bereid
kunnen worden. Deze recepten, twee in getal, zijn blijkens
een speciaal door mij daarop gericht onderzoek, steeds gelijk-
luidend.
Ook het diaeletische gedeelte der behandeling kan uit den
aard der zaak geen geheim zijn.
Er bevinden zich te Batavia nog andere Ghineesche artsen,
die de samenstelling van de door hen gebezigde inblaaspoeders
geheim houden, maar het meerendeel doet dit niet, althans
niet voor hunne Ghineesche vrienden. Wenscht men zich
een recept te verschaifen, dat de ingrediënten van zulk een
poeder aangeeft, dan is het zaak daartoe de hulp van eenen in-
vloedrijken Ghinees in te roepen , wien men op de eene of andere
wijze aan zich heeft verplicht en die builen den Ghineeschen
medischen kring staat, want allicht zullen de Sin-Seh*s, bij
hunnen wanlrouwenden aard, den Europeeschen arts of phar-
maceut een verkeerd recept afgeven.
De voorschriften nu, zoowel voor het inblaaspoeder als voor
de decocta, varieeren zeer. Ieder Ghineesche geneesheer houdt
er zoowat zijn eigen recepten op na, maar al zijn deze
verschillend, in hoofdzaak komen de ingrediënten met elkaSr
overeen. Hetzelfde is ook hel geval ten opzichte van de Javaan-
sche doekoens met hunne recepten voor obat srijawan.
Het is hier de plaats met een enkel woord te releveeren,
wat reeds door vroegere onderzoekers omtrent Ghineesche
inblaaspoeders gepubliceerd is.
De eerste, die de aandacht vestigde op de chemische samen-
stelling van dit geneesmiddel, was de heer J. van der Wie(.
12
toenmaals |iaiiioulier a|H>llieker albier. lu bel geueeskuudig
lijdscijrijrt voor Ned. Iiidiê, Deel XXI pag. 501 en volgende,
deelde hij liet resultaat mede van een cliemisch onderzoek
van Si 3Ia I.\*s poeder en gaf daarbij een Cfaineesch recept tot
hetzelfde doel ten beste, waarbij hij eene verklaring voegde.
Ik wensch dit stuk niet in zijn geheel te critiseeren, doch gevoel
mij evenwel verplicht daarop de volgende lienierkingen te maken.
1^ Is de Heer v. d. Wiel (zie pag. 304. I. c.) de meeniug
toegedaan, dat het door hem medegedeelde recept het voorschrift
bevat van hel algemeen in China gebruikte poeder tegen diphtheritis.
Die meening nu is onjuist.
Gelijk ik reeds hierboven mededeelde, bestaat er een legio
recepten voor zulke iiiblaaspoeders, die nagenoeg alle varieeren,
doch waarin enkele ingrediënten constant voorkomen.
2^ Steunt zijne methode tol hel determineeren der afzonder-
lijke beslanddeelen van het recept op Ic losse gegevens, dan
dal deze grifweg als goed kan worden aangenomen , daar zijne
eeuige bron lol vertolking bestond in het boekje van Dr.
L. SoiTBEiRAN en Dabry de Tuiersant »La matière médicale
chez les Chinois."
Nu wete men dat in dit werkje geene Chineesche leller-
teekens voorkomen, en dat de uitspraak der Chineesche woorden
gedeeltelijk in het Fransch is vermeld en gedeeltelijk uit een
Ëngelsch werk is gecompileerd , wat het herkennen der genees-
middelen door middel van dit boekje met behulp van eenen
Chineeschen pharmacoloog zoo niet onmogelijk maakt, dan toch
ten zeerste bezwaart. Verder, dat een bevoegd deskundige
Dr. Hretscbneider, geneesheer bij de russische legatie te Peking,
zich in zijn Botanicon Sinicum (i) op de volgende wijze
uitlaat over »La matière médicale chez les Chinois.'*
• Although professing te be an original work, it is nothiug
• bul a compilation from P. Smitu and Debeaux , made with-
(1) [k)(auicoD Sinicum: Notes on (iliinesc bolany Iroiu nalive and weslcrn
sources bij E. Bretsch!«eidfi M. D. London Tribner k Co. 1882.
15
•oul criticism and withoul Ihc Chinese characlers of the
»nalive names. The besl porlion oï the book is the able
•preface bij Prof. Gubler."
Ook Bretsghneider's vriend Dan. Ha>bury laat zich over dit
werkje in ongiinsligen zin uit.
Dit nu is de reden dat de diagnoses, die van der Wiel van de
Chineeschc artsenijen geeft, welke het poeder beval, hier en
daar foutief zijn. Daargelaten die fouten, welke berusten op
gebrek aan de noodige litteratuur, moet ik erkennen dat
het idee, dat hij van een keelpoeder geeft meer met de werkelijk-
heid overeenkomt dan het resultaat, hetwelk de chemische anci-
lyses daaromtrent opleverden welke door Prof. Wefers Bettink
en den apotheker Douwes werden verricht.
Trouwens hij verkeerde daartoe in betere omstandigheden,
daar hij ook vele organische bestanddeelen kon machtig worden
en de genoemde chemici , die voor een, hun onbekend roixtum
compositum stonden, zich uit den aard der zaak tot het be-
palen der anorganische bestanddeelen moesten beperken.
Van der Wiel's opstel werd nog onlangs besproken door
Prof. Wepers Bettink in het Nieuw Tijdschrift voor de Phar-
macie in Nederland, jaarg. 1888 op pag. 20.
De tweede, die de resultaten van het chemisch onderzoek
van Si Ma In's poeder publiceerde, is de pasgenoemde hoog-
leeraar. In den jaargang 1887 van bovenbedoeld pharma-
ceutisch tijdschrift komt een opstel voor van zijne hand, getiteld:
»Obat orang sakit leher.*' Vermoedelijk is deze maleische naam
van het Chineesche geneesmiddel door hem overgenomen van
de étiquette, die de bereider op de papiertjes plaatst, waarin
hij hel middel aflevert. Deze doet zulks omdat de Chineesche
naam van het poeder na au san voor het gros van het Indisch
publiek onverstaanbaar zoude zijn.
Behalve eene chemische analyse van de, in dit keelpoeder
bevatte anorganische bestanddeelen, vermeldt Prof. Wefkrs
Bettink ook nog de physische eigenschappen en het aspect
van het poeder onder den mikroskoop.
14
Als resultaat wordt de samenstelling van liet poeder ge<
schal op:
borax 78.5 7o-
vermiljoen 17.0 »
koperacetaat 1.0 »
en houtskoolpoeder 5.5 »
100.0 7^.
Verder wordt terecht opgemerkt dat niet kan worden uit-
gemaakt hoeveel kristalwater de gebezigde borax bevatte, zoo-
dat het cijfer voor het procentische gehalte van dit middel
als benaderend moet worden beschouwd.
Had ZHG. geweten dat de borax, die in de Chineesche keel-
poeders voorkomt, op Chineesche wijze is gebrand en dus
grootendeels van haar krislalwater is ontdaan, dan zoude het
cijfer voor dat middel zeker belangrijk zijn gewijzigd.
De derde^ die het keelpoeder van Si Ma In tot onderwerp
van analyse maakte, is de militaire apotheker van het Indische
leger Douwes. In het geneeskundig tijdschrift voor Ned. Indiê
deel XXVII pag. 232 en volgende, staan zijne resultaten ge-
publiceerd.
Van het keelpoeder werden vier verschillende specimina onder-
zocht, waaruit hem bleek dat de samenstelling niet constant
is, maar uit het door hem daarbij gevoegde proces-verbaal
blijkt niet dat alle vier |)oeders van Si Ma In afkomstig
waren.
Verder, dal lK)rax en vermiljoen als hoofdbestanddeelen van
het anorganisch gedeelte fungeeren. Ook de heer Doüwes
heeft niet geweten datdegebezigdeborax vooraf was uitgegloeid
voor zij tot eeu deel van het poeder werd gebezigd.
Over het algemeen komt zijne bevinding overeen met die van
Prof. Wkpers Bettink. Tot dusverre betrolfen de chemische
analyses bijna uitsluitend het poeder van Si Ma In, hetgeen ,
gelijk hieronder zal blijken, van de andere Chineesche inblaas-
poeders afwijkt.
Wat is nu de werkelijke samenstelling van zulk een in-
blaaspoeder ?
Zooals ik reeds boven vermeldde, varieert deze naar het
voorschrift van den geneesheer die het gaf. Ik zal dus eenige
Chineesche recepten mededeelen, die daarvan een denkbeeld
geven, om daarna over te gaan tot de bespreking van het
geheime poeder van Si Ma Ln.
Bij de behandeling daarvan ben ik verplicht gebruik te maken
van Chineesche letterteekens , waarvan ik bij ieder recept de
transcriptie in latijnsche karakters heb bijgevoegd, daartoe in
staat gesteld door de gewaardeerde medewerking en hulp van
den Heer W. P. Groeneveldt voornoemd.
Genoemde heer, die mij in dezen arbeid steeds ter zijde
stond, heeft in het XXV**« deel van het Geneeskundig Tijdschrift
van Nederlandsch'lndié een artikel gepubliceerd, dat ik hier
wensch aan te halen, (i)
Dit stuk was voornamelijk uitgelokt door de onkritische
wijze waarop Dr. G. L. van der Burg in zijn y^ deel van »De
geneesheer in Neder landsch'Indiè*\ verschillende Chineesche
namen van planten of geneesmiddelen heeft verminkt of door
elka&r heeft gehaspeld.
Uit de opmerkingen van den heer Groeneveldt blijkt dat
iemand, die geen bepaalde studie van de Chineesche taal heeft
gemaakt, ook eene geheel juiste transcriptie van Chineesche
klanken niet correct kan uitspreken. Hij zal dus door voor-
lezing dier namen aan een Chineeschen pharmaceut niet
kunnen duidelijk maken wat hij bedoelt.
Daarom is de bijvoeging der Chineesche letterteekens
in een stuk als dit noodzakelijk. Alleen door hei vertoonen
daarvan aan den Chineeschen apotheker zal men zeker zijn
dat deze begrijpt welke artsenij wordt bedoeld.
(O Opmerkingen over liet teruggeven van Chineesche namen op natuur-
historisch en pharmacologisch gebied door W. P. Groeneveldt. Geneesk.
TijcU. Ned. Indië Dl. XXV, pag. 281.
16
De volgende Chinecsche recepten zijn die van inblaaspoeders
tegen diphtheritis.
De vier eerste zijn voorschriften van Hokien-Chineezen, de
twee volgende van Keh-Chineezen.
Tol vereenvoudiging der onderlinge vergelijking, heb ik de
volgorde der artsenijen in de recepten, die oorspronkelijk nog
al varieerde, omgewerkt, zoodat nien thans eerst de namen
ontmoet der geneesmiddelen, die uil het dierenrijk afkomstig
zijn, daarna van die, welke uil het plantenrijk zijn gekozen
en eindelijk die der minerale bestanddeelen.
H1€EPT lo. 1. (OBLAiSPfElHat)
m JE )\\ ^
^ n m ^
^ }r ^ ^
= n m m
^ ^ ^ ^
jE # ^ A
^ m % Ml ^
§f ^ ^ ^ ^
* #^ - z: =
^ ^ ^ ^
m n IE
«I w 4^
^ s ^
^ ^ ^
17
De traDScriplie hiervan in Hokiên-dialect, zooals dil te Batavia
wordt gesproken is:
fn iBlm tooe 4 hoen.
dxtn tloDg pik 3
tolA» nloê hÖBf 1
tslioaift bI boet 4
t^oAm o bot 2
hoel tftclng tai 2
lftlè« bol p<'lèB 2
kaai tsbó hoen 1
fcoAa p<^lag se 1
hoel tooe se 5 >*
tftla» t4ng tohe" V, »
De Latijnsclie overzetting dezer ingrediënten, en de herleiding
van de hoeveelheden tot grammen is de volgende:
R. Margaritar. pulv 15.44 gram.
Sediment, arin. praeparat 11.58 •
Lapid. bezoard. bovis pulv. • . . 5.86 »
Rhizom. coptid. pulv 15.44 •
Carb. vegelabil. pulv. e prunis parat. 7.72 •
Spumae pigment, indici 7.72 »
Borneolis pulv 7.72 »
Radic. liquirit. pulv 5.86 »
Boracis venal. ust. pulv 5.86 »
Cinnab. nativ. pulv 11.58 »
Acet. cupric. pulv. ...... 1.93 »
m. f. pulv. d. s. inblaaspoeder voor de keel.
18
RECEPT N\ 2 (IRBLÜSPOEDER;.
-ö-
1f
Jt
M
M
^
^
#
5^
^
^
ra
iJ?-
^
^
^
-tt
• ■»
m
^
m
;ii
A
^
^
m
^
#
^r
tIc
ö
»
•
^ ^ ^ ^
hiervan is de transcriptie :
fn tftln tsoe 4 hoon.
diln tlong pik , 5 »
tslan nloê hdng i »
tshoan ni boet r> »
hoel t<^«lng tai 1
bot hoa p^ièn 1
kam tshö hoen 1 »
hocl tsoe se '2 »
en de Latijnsche vertaling:
R. Margarilar. pulv 1;>.44 gram.
Sediment, urin. praeparal ll.oS »
Lapid. hezoard. hovis pnlv 5.86
Rhizom. coptid. pulv 11.158
Spiim. pigment, indir 5.8G
Borneolis pulv 5.86
»
A
O
19
Radic. liquir. pulv 5.86 gram,
Cinnab. naliv, pulv 7.72 »
M. r. pulv. il. s. inblaaspoedei' voor de keel.
RECEPT K0..3 (IRBLAASPOEDER).
^ -W IE jE M
m M )n m ^
^ 1^ M m ^
-- = 00
^ ^ ^ ^ ^
m.
jE
±
il!
A
ó
^
»
»
»
^
m
%
m
jE
m
fi-
è^
"¥-
#
rn
m
n
#
"~T.
-
^
^
m,
^
s de transcriptie:
'
i" tsln Isoe
« •
•
. 4 1
hoen.
dztn tlODg pik
• •
• •
9
20
IftU" nloê heng 2
UU° htm ién 4
tshoan ■! boét 4
t^oAn o bot 1
tftl4" tshCMiii poè 3
to^ bot pi^èm . t
t^len tlèk höng 5
kan Ifthó hoen 2
t»i4" hiét p<ik 5
t^^oAn plag SC
hiên tolBg sik 2
hoel Ifloe se 4
V
tsl°.
en de Latijnsclie vertaling:
R. Margarilar. piilv lii.44 gram
Sediment, urin. praeparat 11.58
Lapid. l)ezoard. hov. piilv 7.72
Fel. iirs. inspissal. ust. el pulv. 15.4^
Rhizoin. coptid. piiiv lo.44
Carb. vegetal). e priinis parat. et pulv. . 58.60
Bulb. uvulariae pulv 11.58
Borneol. pulv 7.72
Concrel. hambus. pulv 11.58
Radic. liquir. pulv 7.72
Succin. pulv 11.58
Boracis. venal. ust. el pulv 1.93
Sulphal. calcis crysl. pulv 7.72
Cinnaberis nativ. pulv 15.44
m. f. pulvis d. s. inblaaspoeder voor de keel.
21
RECEPT Wo. 4 (nBL&iSPOEDER'
S, =L S,
^ ^ ^
*
1^
^ ^
A
ö
of:
i" tsln tsoe
dzln tlong pik
t9l4° nioê hdng
hoen Iftm ftiè.
t«l4" bol pcièn
heng boi ni" .
hoei ts^lng tai
kam tshé hoen
i<^oAn p^Ing se
ÜL jE
4^
m, m,
^ ^
5
2
2
5
5
5
hoen.
32
hetgeen in hel Latijn luidt:
R.
Margarilar. pulv.
19.30 gram
Sedimenl. urin. praeparat
. 19.30 •
Lapid. bezoard. bov. pulv. .
. 19.50 »
Aloscbi oriental. pulv.
7.7*2 »
Borueolis pulv
7.72 »
Rhizom. copt. pulv. .
. 19.30 »
Spuui. pigment, indic.
. 19.30 .
Radic. liquir. pulv.
. 11.58 .
m. f. pulv. d. v. inblaaspoeder voor de keel,
In deze vier Hokiên recepten worden aangetroffen:
Parelen 4 maal.
Geprepareerde pis-sedimenten 4 »
Bezoarsteen 4 »
Ingedikte berengal (verkoold) 1 »
Muskus 1 »
Copliswortel 4 »
Borueol 4 »
Indigo-schuim 3 »
Zoethout-wortel 4 »
Plantaardige kool, uit pruimen
bereid 2 »
Uvularia bolletjes 1 »
Tabaschir.... 1 •
Barnsteen 1 »
Gebrande borax 3 »
Natuurlijke cinnaber 3 »
Acetas -cupricus 1 »
Zoodat parelen, pis-sedimenlen, bezoar, coptis- en zoethout-
wortel en borneol in alle recepten voorkomen ; borax , cinnaber
en indigo-schuim slechts éénmaal ontbreken, terwijl de overige
bestanddeelen zeer inconstant zijn.
De recepten der Kheh-Chineezen wijken af van de vorige
doordien er gewoonlijk geen cinnaber in voorkomt, en zij over
23
hel algemeen nog gecompliceerder zijn, Icrwijl de korneol dik-
werf door gewone kamfer wordt vervangen.
Ik bezit een recept van een Klieli-Cliinees, waarin o. a.
zeven verschillende ingrediënten uit het dierenrijk voor-
komen, t. w. parelen, apenhezoar, koehezoar, herengal,
amber, pis-sedimenten, en moschus. Zelf was ik niet in de
gelegenheid de dengdelijke uitwerking hunner inhlaaspoeders
te conlrolceren, hoewel daarvan even hoog wordt oppregeven
als van die der Hokiën-Chineezen.
Volledigheidshalve deel ik hieronder ook twee hunner re-
ceplen voor inblaaspoeder mede:
RECEPT No. 5 (INBLAASPOEDER).
-W IE
)\\ m #
1^ m ^ ^
i
-~~*-
.^
■ ..^
M
^
»
^
TC
%
ïE
jE
m m
m
^
;ii
m
^
1»
*
M,
m
m
5|c
n.
^^
^
^
m
»
»
^
^
m
^
m
jE
3Si
\h
»^^
m
m
ÏrT
"W.
#
)^
M
^
1^
n.
'.
11.
^
M
^
^
24
hetgeen io Latijnsch schrift overgebracht luidt als:
in taim ts«e«
tei4o kmé toé
•ei*
tsi4»
4it té
tsi4* ^«1
tské
2
««
o
2
a
1
4
Waanaa ile Latijusche Tertaliiu is:
R. Mar^ritar. palv 9.72
LapU. beuKinl. siuiiae puW 7.72
RaJic. cajani flar. pulr t9.aO
Cor(k\ ptenKarpL ftiT. pulv 7.72
Bulk. UTuIar. jhiIv 7.72
Fol. uieath. arveüs^ puW tl.>$
Rkliotu. cofl. piilv 11. SS
ExtnKt. lisiii acaviie puW. « . . . ll.SS
Cauipbi>r. pul>f 1.73
Rjk&c. Iii|UÜriL puN 1.93
Safpkat. suA. paW 19.30
BallT. HSt. JKiIt 15.44
srain.
M. i ptt{^*s i. Sw inMiiispiwdef vijmt Je k<^.
m
m
SS
RECEPT lo. 6 (nBL&ASPOEOERj.
JE
3
%
A
M
^
4i
^
*
#
flÖ
m
*
3
^
—
^
111
£
ZÜ
^
^
^
^
^
^
#
m
-ö-
W
ïE
jE
^
m
m
ill
#
15
^
M
m
m
if.
at
—
—
SS
»
^
^
^
^
m
IF
t$
Uj
IF
m
41
t
=^
^
#
;^
f^
^
If
^ ^ ^ ^ ^
# # ^ ^
roet de transcriplie.
fn tsln tsoe 21/2 hoen.
tela» htm 14" 1 1/.
tslan nioê h6iig iVa *
2
26
dzia tlong pik 13 hoen.
tslè" Ishoan nl 1 »
soau taii kin 2 »
dzf tê boah o^/^ »
pik tshó song iï »
hoel tshlng tai 2V2 "
péh tsloe'' ló 2
kam tshó hoen 1 »
tslA" bol p'lèn IV2
tslAn ho p'lk 1 »
h6ng kim póh ó tioe".
t^'oan p^lng se 272 hoen.
Iii hel Lalijii luidt dil reco|il:
R: Margarilar pulv 9.65 gram.
Fel. urs. iiis|)issaL usl. pulv. 5.79 »
Lapid. bezoar. bov. pulv. l>.79 »
Sediuient. urin. praeparal . 19.50 »
(\adic. coplid. pulv 3.86 »
Kadic. cajai). flav. pulv 7.72 »
Exlracl. lign. aeaciae pulv. . . 15.51
Fuligin 19.50 •
Spum. pigment, indic 9.65 »
Camphorae 7.72 »
Radio, liquiril. pulv 5.86 »
Borneolis 5.79 »
Succini. pulv 5.86 »
Auri. foliat 5 blaadjes.
Uoracis vcnal. usl. pulv 9.86 gram.
Ook in deze recepten vindt men de parelen, de bezoar, de
pis-sedimenlen. coptisworlel, zoetbout en gebrande borax terug,
terwijl er nog andere bestanddeeleii in voorkomeny die in de
vorige ontbraken. Het laatste recept is ineriLWiurdiF «adat
daarin borneol en gewone kamfer tegel
«7
Tol behoorlijke vergelijking heb ik een label samengeslehl
waarhi hel proccnlische gehalle der voornaanisle besland-
deelen van de bovenvermelde zes Cliineescbe receplen wordl
aangeduidt
Daaruit blijkl dat:
Parelen gemiddeld . lorl^jo van hel gewichl uilmaaklen
Unnesedimeulen »
Bezoar »
Coptisworlel »
Indigo-schuim >
Borneol of campher »
Zoelhout
Gebrande borax »
Ruwe cinnaber
Acetas cupricus »
en Kool »
15.8 »
7.5 »
9.9.
89 •
o. o »
4.7 »
7.9 »
11.8 »
%0 •
14.1 »
il
«5 g
— E
1.1
t
1 .$ ^1
1 j If,
■|OOM
s ' s ' ' n
?
-stiauilnj
spiöav
'jaqeiiun
B.iinu
^' 1 . : 1
-
a 3 § ' ■ '
eo
..piiBjiptt
^ 3 3 » -• ri
•<|i
■|iioi||J«7
•JOiiJmoD
|0 t<»tlJO]|
iiiiiii|j«iiji|ni|
(31i"-"'^!ld»';i
■«.>in.t(ii
■'t'»' -"'M 1
E 3 5 3 2 :
^
S 3 ■ S 1 3
W
^ i i 3 S 3
*,
CR p; rt « M o
t* w .i :-. » -w
q
2 2 * £2 £
2
II»|A1M
Is i 3 3 s
3
ftftit
^ 1. *= i i i
I
29
Deze resultaten wijken in sommige punten af van die, welke
de chemici verkregen , doch men verlieze niet uit het oog dal
hunne analyse's zich hijna uitsluitend uitstrekten tot Si Ma In's
poeder.
Dit laatste medicament verschilt van de hierboven gemelde in
hoofdzaak, doordien er geen geprepareerde urinesedimentcn
en geen indigoschuim in voorkomen, terwijl hel procentische
gehalte aan liquiritia en coptiswortel tot een minimum is be-
perkt. Dal deze beide laatste ingrediënten er echter in voor-
handen zijn , wijsl het microscopisch onderzoek aan , cene con-
clusie waartoe men komt, wanneer men zich vooraf geoefend
heeft in het microscopisch onderzoek dezer wortels, zooals zij
in poedervorm tot samenstellend deel der keelpoeders gebezigd
worden.
De militaire apotheker, Dr. M. Gresuoff, die zich in het
laboratorium van *s Lands plantenluin te Buitenzorg met hel
chemisch onderzoek van inlandsche geneesmiddelen bezighoudt,
had de welwillendheid zoowel coptiswortel als het poeder van
Si Na In op berberine-gehalte te onderzoeken.
ZEdG. deelde mij mede dat de wortel genaamd tshoan nt, die
hij zich uit eeue Builenzorgsche Chineeschc apotheek had ver-
schaft, een berberine-gehalte bezat van 6.5 °/o, eene hoeveelheid,
die wet geschikt is de medicinale toepassing dier drogerij te ver-
klaren en te verdedigen.
Om te beslissen of in Si Ma In's poeder berberine Ie conslatee-
ren was, werd door hem 0,500 gr. van het poeder met kookenden
alcohol geëxtraheerd, bij de warm gefiltreerde vloeistof eenigc
droppels verdund zoutzuur gevoegd, en deze op het waterbad
verwarmd tot dat de alcohol was uitgedreven.
Het resultaat was, dat in het restant geene algemeene alcaloid-
reacties te voorschijn konden worden geroepen.
Indien daarentegen 0.100 gr. van een mengsel van 99 deelen
poeder van Si Ma In en 1 deel coptiswortelpoeder op gelijke
wijze werd behandeld, kon in de verdampingsrest met vol-
doende zekerheid de aanwezigheid van een alcaloïd (in casu
50
bcrberinc worden aangetoond, en zulks door de neerslagen
die jood-joodkaliura-oplossing, Maijer'sche vloeislof en phospho-
molyhdacnas amnioniac in deze rest te weeg brachten.
Si Ma Ix's poeder bevat dus minder dan */« procent coptis-
wortel. Verder ligt bet meest opvallend verschil van Si Ma Ln's
poeder met de overige keelpoeders in bet groote gehalte aan borax,
welk artikel ook hier in gebranden toestand gebruikt wordt.
De borneol, die daarin aanwezig is, laat zich gemakkelijk
aan den reuk herkennen. Doordien Si Ma lx zijn poeder vrij
slordig behandelt, zijn reeds gemakkelijk door middel van eene
loupc kleine partikeltjes acetas cupricus en gebrande beerengal
er uit af te zonderen, terwijl de daarin voorkomende kool
ook mikroskopisch herkenbaar is. Hetzelfde is hel geval met
het poeder van parelen.
Koebezoar zag ik hem eens te zijnen huize pulveriseeren.
De borax en de cinnaber zijn reeds voldoende zeker door de
chemici herkend.
De hoeveelheid der gebrande borax moet op ongeveer 54*^/o
worden gesteld.
De wijze van aanwending der keelpoeders bij diphtheritis
is zeer eenvoudig.
Een klein gedeelte, zooveel als b. v. op de punt van een
mes kan liggen, wordt in het uiteinde van een papieren buisje
gebracht. Dit buisje beslaat uil gewoon papier, lol een cylin-
der opgerold van ongeveer ^ palm lengte, bij | clm. dikte.
Het moet voldoende stevigheid bezitten en wordl met hel uileinde
dal hel i>ocder beval in dengeopenden mond gevoerd lol nabij de
aangedane deelen, als wanneer, door zachtjes in hel andere einde
te blazen, hel poeder tegen de exsudaal-massa's wordl a^inge-
brachl. Ik l>edien mij soms van een insufnaleur met caout-
chouc bol, waarvan ik hel gekromde uiteinde in heet water
recht heb doen buigen, doch men diene niet te veel kracht
aan te wenden en ook niet te blazen tijdens eene inhalatie,
daar het i>oeder dan in het strottenhoofd komt en dit
7>1
ecne hevige hoeslbui veroorzaakl. De Cbincesche aiis Maas!
ook zeer zachtjes hij zulke gelegenheden.
In (Ie eersie dagen wordt dit inblazen om de twee uren her-
haald, doch later kan het om de drie uren geschieden, maar zoolang
er nog exsudaat zichtbaar is, mag het niet worden verzuimd.
Tol meerdere zekerheid laat ik in hevige gevallen het poeder
nog twee maal daags door de neusgaten tol achter in de
neusholte blazen. In den beginne verzuime men niet ook
's nachts de bewerking eenige malen te herhalen. Het blijft echter
van hel grootste belang dal men de overtuiging hebbe, dat hei
poeder in contact is gekomen met de diphlhcrilische plekken ,
wal bij kleine, weerspannige kinderen niet allijd mogelijk is.
Tol inblazing bij dergelijke patientjes bedienen de Chineesche
artsen zich van een eenvoudig en practisch toeslellelje. Het
bestaat uil een kleine platte koperen cylinder, aan welks zij-
kant een koperen buisje is aangebracht, waarvan een gedeelte
door middel van uitschuiving, kan worden verlengd.
De cylindcr heeft den vorm en de grootte van een gewone
pillendoos uil onze apotheken. De koperen plaatjes, die deksel
en bodem vertegenwoordigen, zijn zeer dun en kunnen door
een lichten druk met de vingers, onder een klappend geluid
een weinig lot elkaar worden gebracht, waarna zij bij het op-
houden van den druk weder hunnen vroegeren stand innemen.
Door dien druk wordt eenige lucht uit het cylinderlje langs
hel zijdelings aangebracht buisje gestooten, in voldoende mate
om hel poeder uit te drijven, dal men in hol uileinde van hel
buisje heeft gedaan.
Het buisje wordt, aldus geladen, bij weerspannige kinderen,
tusschen de tanden geschoven tol op den wortel van de long,
waarna de drukking wordt bewerkstelligd.
Wat betreft de werkingswijze van Si Ma Ln's poeder, zoo
kan het niel twijfelachtig zijn of deze is anliseptisch door hel
hooge gehalte aan gebrande liorax, de daarin bevatte kool en de
borneol. Volgens de nieuwsle onderzoekingen zouden galzuren ook
anliseptische eigenschappen bezitten, zoodat de, in de keelpoeders
52
bevatte bezoar, die als een galsteen moei worden beschouwd,
eveneens als zoodanig zal werken. Welken invloed echter de ove-
rige ingrediënten op de microben, die bij het diphlheritisch proces
de grootste rol spelen, bezitten, is nog niet uit te maken. Proef-
nemingen te dien opzichte ontbreken ten eenenmale, maar ze
a priori als werkeloos Ic betilelen, komt mij vooralsnog zeer
gewaagd voor.
Ik heb dan ook bij de samenstelling van het recept, waarvan
ik mij tegenwoordig bedien tot inblazing bij keeldiphtheritis
geen vrijheid genomen enkele der voornaamste bestanddeelen te
elimineeren en getracht bij deszelfs samenstelling zooveel moge-
lijk Si Ma Ln's poeder nabij te komen, daartoe voorgelicht door
het resultaat der chemici, die de bestanddeelen van dit poeder
analyseerden en door het microscopisch onderzoek.
Van de aanwending van dit poeder zag ik dezelfde resultaten
als van Si Ma In's poeder, terwijl de prijs énorm verschilt.
Mijn poeder bestaat uit :
fijngestooten parelen 1 hoen.
koebezoar 2 «
coptiswortel ^2 »
zoethoutwortel V» •
planlcnkool uit pruimen bereid 8 »
borneol SVï »
gebrande borax 25 »
natuurlijke cinnaber 8 »
en Chineesch azijnzuur koperoxyde */« •
Totaal 50 .
De transcriptie in Chineesche letterteekens is de volgende:
33
BSCEPT lo. 7 (mUiSPOKDIR).
^
^
M
m
m
#
#
1^
^
Zl
^
—
éS
^
^
^
^
«
*S
jE
m
^
in9
4-
*
#
1«
M
m
A
A
^^
^
^
»
^
m
If
jE
jE
^
41
;ii
^
>^
^
#
ZÜ
#
^
i^
^
Deze hoeveelheid weegt ongeveer 19 gram en is meer dan
voldoende voor eenige kuren. Het opbewaren van het poeder
dient in een goedsluilend stopfleschje te geschieden, daar de
borneol zeer vlugtig is. Het geheel kost mij hier in de Ghi-
neesche apotheken ongeveer ƒ 1.50, terwijl Si MaTn voor zijn
middel een buitensporig hoogen prijs eischt.
Een deel van dit poeder, dat eenige dagen in een kamer had
gelegen , waarin een diphtheritis-geval er mede werd behandeld
bleek bij een onderzoek door Dr. Eukman ingesteld, steriel te
zijn gebleven.
S4
Wenscht raen buiten Batavia mei dil poeder proeven Ie
nemen, dan raad ik mijne collega's aan hel in een der groole
Ghineesche apotheken te doen bereiden, daar men dan de
minste kans heeft dal er vervalschle of verlegen ingrediënten
zullen gebezigd worden.
In kleine Ghineesche apotheken kan dit het geval zijn,
wanneer er weinig omzet van geneesmiddelen plaats heeft, te
meer daar alle controle op de Ghineesche apotheken van de
zijde der autoriteiten ontbreekt.
Hetzelfde diene men natuurlijk in acht te nemen bij de
voorschriften der hieronder te vermelden .<?pecies tot decocl.
Voor Batavia kan ik daartoe de apotheek aanbevelen van
LoA HiAN HiAUW ^ |g ^ merk : I Tjoen Tong ^ ^ ^
op T(mgl;angan waarvan de eigenaar een afschrift bezit van
mijn recept en van wiens accuratesse ik mij heb overtuigd.
Nog verdient vermelding dat hel zaak is elders zelf bij de
toebereiding der recepten tegenwoordig te zijn. Vooral Kheh-
Ghineezen kunnen daarmede erg slordig te werk gaan. Zoo
liet ik eens bij een dergelijkcn apotheker mijn recept berei-
den. De parelen werden in mijne tegenwoordigheid afge-
wogen en in eenen koperen vijzel fijn gestooten. — De coptis-
en zoethoulwortels, reeds als fijne poeders voorhanden, lieten niets
te wenschen over, evenmin de cinnaber, de borneol en de bezoar,
maar de pruimen werden eerst afgewogen en daarna op ruwe
wijze verkoold door ze in het haardvuur te werpen en ze er toen
gloeiend uit te halen, waarna deze gloeiende vruchten met een
kommetje bedekt werden op den vloer I Deze wijze van be-
handelen is niet volgens het voorschrift, zoodat een verschil
ontstaat in gewicht, daar de voorgeschreven hoeveelheid
op de verkoolde en niet op de versche pruimen slaat ;
nog daargelaten de onreine wijze van behandeling. Ook de
borax, die, gelijk uit het pharmacographische gedeelte van dezen
arbeid zal blijken, zeer zorgvuldig gebrand moet worden en
4an eene sneeuwwitte poreu.sc massa daarslelt, werd in de
35
bovenbedoelde apolheek zeer slordig behandeld. Een stuk
tingkal werd afgewogen en daarna op een ijzeren schop in
het haardvuur gehouden tot dat al het kristalwater uitgedreven
scheen en het in een spongieuse massa was overgegaan, die
door bijmenging van asch en kool grijs was gekleurd.
Het tweede gedeelte der Chineesche behandeling bestaat in
hel toedienen van een afkooksel van sommige kruiden, waar-
van het voorschrift verschilt naar het stadium waarin het decoct
wordt toegediend.
In het eerste tijdperk wanneer gewoonlijk vrij hevige koorts
voorkomt en het diphlheritisch exsudaat zich nog uitbreidt,
wordt door mij in navolging van Si Na ly de ondervolgende
species tot afkooksel voorgeschreven.
RECEPT Ro. 8 (KRUIDEirSPECIE8\
^ \u ^ ^ m
M 1^ 3
^
m
)\\
^
iii
^ ^
^
m
%
M
m
^
—
—
n
éi
m
m
m
A
^
#
^
1^
^
#1-
«f
TT
m
"f
«•
m
m
m.
#
m.
36
• oo m •
»
»
»
De transcriptie hiervan is de volgende:
iém stuff IV2 t»tn.
tshoan ntn 1 »
oefn khtm 1 »
hlén som 2 »
klet klDff iVs »
slé kan l*/^ »
f tn hoa 2
tshoan poè 1
oefn péh 1
soa» taö kin 2 »
Uên klaA iVs »
tslè tshó 1
kan koah iVi »
met 2 kopjes water verkookt tot ®/io kopje.
In hel Latijn luidt dit recept:
Trochisc. ari cum fello 57.9 gram.
Rhizom. coptid. conscis 38.7 »
Radic. scutellariae viscidulae conscis. . . 38.6 »
Radic. ginseng nigri conscis 77.2 »
Radic. platycodont. grandiflor. conscis. . 57.9 »
Rhizom. alpiniae conscis 57.9 »
Flor. caprifoliae 77.2
Bulb. uvniariae 38.6
Gortic. pterocarpi flav 58.6 »
Radic. cajan. flav 77.2
Capsul. forsythae 57.9
Radic. liquir. c. melle praeparat 38.6 »
Tuber. pachyrhizi trilob. conscis 57.9 •
Op V2 liler water verkookt tot Vs liter.
Het decoct wordt te huis klaargemaakt in een Chineeschen
trekpot (klp-sla«.)
De Chineesche apotheker levert enkel de kruiden af.
D
»
9
37
Is het decocl verdampt tot ongeveer ^/jo iuangkok= Vs liter
dan wordt door volwassenen het waterige gedeelte na vol-
doende bekoeling in drieën ingefnoinen, zoodanig dat het
decoet slechts voor één etmaal toereikend is. Kleine kinderen
geeft men nu en dan een lepel van het afkooksel.
Is de koorts geweken en de exsudatie tot staan gekomen , dan
wordt, behalve de inblazing nog een afkooksel gegeven in na-
volging van Si Ma Ln , van de volgende kruiden, op het onder-
volgend recept vermeld :
RECEPT N. 9 (UUIDERSPECIES .
m
^
^
n
éS
Hl
^
»
Ui
m
p.
Yi
^
m
^
T ^
^ iS
^
f2 »
f2 •
f2 ■
38
helwelk luidl:
hë ko toh6 2 tol
tam tik hl6h l^/s
péh kl6k hoa n/s
kit king IVs
•oan taö kin 2 »
toê ting hóng 2 »
Diet water ad libiluui gekookt en als thee gedronken.
De latijnsche overzetting dezer namen is.
Flor. rehiuauuiae chinensis 77.2 gram.
Folior. bambus 57.9 »
Flor. pyrethri siuensis 57.9 »
Radio, platyeodont. grandiilor 57.9 »
Radic. cajan. flav 77.2 »
Radic. toa ting hong 77.2 »
Deze species wordt in een kip-siau met heet water begoten ,
even opgekookt en daarna laat men het trekken tot het geheel
afgekoeld is, als wanneer nu en dan gedurende het verloop
van den dag een klein kopje vol wordt gedronken even als
thee. Zoowel dit decoct als het vorige dient tevens als gor-
geldrauk voor het wordt ingeslikt.
Het derde of diaetetische gedeelte der behandeling bestaat
in het volgende:
De patiënt verblijve in eene kamer, die nu en dan gelucht
wordt, doch behoede zich voor tocht of voor wind.
Het gebruik van IJswater (inwendig), van vet, van suiker
en van met vet gebraden spijzen en van vruchten zij hem
verboden. Zoo ook het baden.
In het eerste tijdperk besta zijne voeding uit zacht ge-
kookte rijst, eieren met zout, en gedroogde visch, (ikan gaboes
siam, Ophiocephalus-soorten , die hier uit Stam, gedroogd
en gezouten, worden ingevoerd).
59
Laler kan daaraan worden toegevoegd: gekookte kip, van
vet ontdaan, gepofte magere kip en brood , terwijl het aantal
eieren tot 7 daags kan worden opgevoerd. Als drank worde
slechts afgekoeld gekookt water toegestaan.
Met het bovenstaande meen ik thans voldoende te hebbeu
toegehcht, wiiarin de Chineesche methode tot genezing van
keeldiphtheritis bestaat en welke hare resultaten waren in mijne
praetijk verkregen.
Mocht een en ander leiden tot aanwending dezer methode
door mijne collega's, dan zal ik daarin mijne moeite ruim-
schoots beloond zien.
Bij de bewerking van dit stuk werden herhaaldelijk Chinee-
sche simplicia of andere geneesmiddelen genoemd, die aan hel
meerendeel onzer westersche geneesheeren en pharmaceuten
onbekend zijn.
Ik heb het mitsdien noodig geacht die middelen nader te
onderzoeken en te beschrijven en het resultaat daarvan hier-
onder te doen volgen als eene pharmacographische bijdrage.
FHAEMAGOGRAPHISGH &EDEELTE.
Bij het delerinineeren der ondervolgende ChiDeesche ge-
neesmiddeleu is o. a. gebruik gemaakt vau de volgende
werken.
PEN ts'au kang moe. (zie pag. 9).
W. AiNSLiB. Materia indica.
E. J. Waring. Pharmacopoeia of India.
S. Wells Williams. Chinese commercial guide.
J. UoFFMANiN en H. ScHULTEs. Inlandschc namen eener reeks
van Japansche en Chineesche planten.
T. PoRTER Smith. Conlributious towards the materia medica
and Natural history of China.
Flückigbr et Hanbury. Histoire des drogues d'origine végétale
(Traduction fran^aise par Ie Dr. De Lanessan).
SouBEiRAN et Dabry DE Thiersant. La matière médicale
chez les Chinois.
Tuos. CüRiSTY. New commercial plants and drugs.
UoDBMANS. Handleiding tot de pharmacognosie van hel
ptantenrijk.
Britsguneider. Botanicon siuicum.
41
Bretsgmngider. Early european researches inlo the flora of
Chiua (Journal. Norlh. China Brauch. Asiat. Soc. 1880).
Ch. Ford, Ho-kai and W. Grow. Noles on Chinese maleria
medica. China Review XVII and XVIII.
[1] UPIS BUOAR SIIUE.
IE tslAo.
kaü.
inó.
Apeubezoar wordt door de Kheh-Chineezen soms gebruikt
om de koebexoar in de keelpoeders Ie vervangen.
Het artikel is nog al kostbaar. De meest gewilde komt van
Bandjermasin (Z. 0. afdeeling van Borneo) en is afkomstig van
groote aapsoorten zooals de orang-oelan en de neusaap.
Een thail dezer stof is hier f 40 waard.
De concrementen bestaan uit cylindervormige, niervormige
of bolronde lichamen, die uiterst glad zijn en slechts op een
enkel punt een dofie plek vertoonen, meestal als indruksel.
De kleur is groenachtig grijs. Behalve de laagsgewijze
structuur, die enkel op de doorsnede kan worden herkend, be-
staat er onder de Chineesche pharmaceuten een herkennings-
middel, waaraan zij de echtheid van het artikel toetsen. Daar-
toe wordt een weinig vochtige sirihkalk op de buitenzijde
van de hand gebracht en de kalk door middel van de te
onderzoeken bezoar op de huid uitgewreven. Neemt de kalk
een geele kleur aan, dan wordt de bezoar als echt erkend.
42
[2] LAPIS BEZOAR BOTIS.
IE tslAo.
^ nloé.
hÓBg.
Broze, lichle, gladde, kogelvormige of ovoïde concreiueuteu ,
die soms hoekig zijn afgerond en van builen een donker-
bruine kleur hebben, terwijl zij van binnen concentrische
structuur vertoonen , waarbij roestbruine en okergeele lagen
elkander afwisselen.
Hel zijn de, vroeger ook bij ons ollicineele, bezoarsteenen.
De in China gebruikelijke worden groolendeels uit Britsch-
hdiè ingevoerd, lerwijl het restant inheemsch product is. Hel
concrenieul wordt op hoogen prijs gehouden; voor een steen,
ter grootte van eenen gewonen knikker, betaalde ik hier ƒ 2.50.
Üeze galsteenen bestaan volgens Porter Smitii {}) grootendeels
uit eene bijzondere kristalliseerbare slof, aciduin lilhofellicum
genoemd. Ook bezoarsteenen afkomstig van andere dieren
worden gebruikt, doch die van de koe het meest. Williams
geeft op dat zij aan vervalsching bloot staan (okergele klei en
ossengal), maar dat de echte te herkennen zijn aan het feit
dat zij in heet water gedompeld onveranderd blijven, terwijl
de valsche uiteenvallen. (-) Eene andere reaclie is dat een
heet gemaakte naald, in de echte bezoarsteen gestoken, slechts
een schilfertje van de buitenste laag doel afspringen. Ook
moeten zij, op krijl gewreven, een geele streep nalaten en op
ongebluschte kalk een groene.
(I) Porter S)iith 1. c. |mg. 76.
(i) Williams 1. c. |>ag. 149.
45
[3] FEL URSI nSPlSSATUl.
JE telan.
m ^•^
Kleverige, kleine, zwarte boli vau uilerst biltereii smaak , be-
slaande uil ingedikte beereugal.
De galblaas van den Chineescbeu beer Ursus libelhanus wordt
opgezameld, met haren inhoud gedroogd en als een kost-
baar geneesmiddel hooggeschat. Ook van de beide andere in
China voorkomende beerensoorten, Airulopus melanoleucus en
Ailurus fulgens, schijnt de gal tot medicinaal gebruik te dienen.
Eerstgenoemde soort wordt in Manlchurije, Shcnsi en Kansoeh
aangetroffen. Daar het middel in hoog aanzien staat bij de
Chiueesche geneeskundigen en de aanvoer niet groot is, wordt soms
de gal van andere zeldzame dieren genomen om het te vervangen.
Zoo verzamelt men op Borned's Westkust daai'loe die van
den oraug-oetan. Hier ter plaatse kost een dergelijk preparaat
van den Chinecschen beer ƒ 16 of iets minder, naar gelang
van het gewicht. In de Bataviasche Chineesche apotheken is ook
eene tweede soort beerengal verkrijgbaar, die goedkooper is en te
Singapore aan den markt wordt gebracht en waarschijnlijk door
den maleischen beer Ursus malayanus wordt geleverd. De
organen waarin die gal gedroogd en bewaard is, zijn kleiner
dan de echte en bezitten ook mindere waarde. Ik betaalde
/ 5 voor een galblaas van middelbare grootte.
Deze organen nu doen zich voor als peervormige lang-
gesteelde zakjes van zwarte kleur, waarin door indrooging
overlangsche diepe gleuven zijn ontstaan die zich ook tot den
steel, den ductus choledochus, uitstrekken. Deze afvoerbuis is
bij de inzameling afgebonden, waarvan gemeenlijk de restanten
nog zichtbaar zijn.
Wanneer beerengal in een recept voorkomt welks ingrediën-
ten tol eene oplossing of decocl moeten worden verwerkt, dan
44
ondergaat zij daarloe geene bijzondere bereiding , doch wel is dit
het geval wanneer zij een samenstellend deel van een poeder moet
uitmaken. Daarloe wordt de afgewogen hoeveelheid op een ijzeren
lepeltje boven vuur verhit^ totdat zij onder het uilstooten van
gassen en dampen geheel of nagenoeg geheel verkoold is. Die kool
wordt afgeschrapt, gepulveriseerd en eerst dan bij de overige
ingrediënten van het poeder gevoegd. Het behoeft geen betoog dat
men in dit geval niet meer met ingedikte gal, maar eigenlijk met
een soort dierlijke kool heeft te maken. In dien vorm wordt
zij in de Chineesche inblaaspoeders gebruikt.
[4] 10SCHD8 OUERTiLIS.
hoen.
^ lAm.
De afkomst der Thibetaansche muskus, die ook in CAtna als
geneesmiddel wordt gebruikt, is te bekend dan dat het noodig
is hiervan te dezer plaatse melding te maken. Portbr Smith
deelt roede dat zij van Kwangsi, Seljoean, Kansoeh, Yunnan^n
Ilonan wordt ingevoerd. Dr. Williams noemt de provinciën
Yunnan en Seljoean als plaatsen, waar het muskusdier in wilden
staat wordt aangetroffen. (}) Het product staat aan vele ver-
valscbiugen bloot. Williams noemt als zoodanig, vermenging
van echte muskus met een bruine vette aardsoort die speci-
fiek zwaarder is dan het ouvervalschte artikel, of met stolsels
van het bloed van het dier (^). Hier Ier plaatse zijn in de Chi-
neesche a|K)theken zakjes voorhanden, die met inbegrip van de
huid ƒ 20 waarde hebben, terwijl er valsche sijn, met
kunstig nagemaakte zakjes, die slechts / 1 kosten*
[I] PoRTKR Smith 1. c. pag. 1S3.
[<J Williams L c. pig. 180.
45
Als constiluens van keelpoeders wordt hel zelden gebruikl
en dan enkel om, volgens Chineesche begrippen, wind te ver-
wijderen.
[5]
1AR6ARITAE.
M
In
#
tsln.
^
tsoe
Parelen. Deze worden in groote hoeveelheden tot medisch
gebruik uit Britsch-Indie naar China vervoerd. {^) Gewoonlijk
dienen daartoe de kleinste. Wegens hunne algemeene bekendheid
is eene beschrijving overbodig. Op sommige Chineesche recepten
staat vermeld dat groote parelen moeten worden gebruikt,
maar voor de keelpoeders dienen gewoonlijk de kleinste, die
hier ter plaatse tegen ƒ 5 de tsi van 5.8 gram verkrijgbaar zijn.
Gepulveriseerd stellen zij een fijn wit poeder daar dat zich onder
het mikroskoop als platte helder doorschijnende veelhoekige
fragmenten laat herkennen, waarin soms fijne streepjes als
laagsgewijze structuur voorkomen.
Gepulveriseerde paarlen vormen een constant ingrediënt van
de Chineesche inblaaspoeders.
Een Chineesch geneesheer verzekerde mij spoediger goede
resultaten bij keelziekte te hebben verkregen, sedert hij de
hoeveelheid parelpoeder in zijn recept vergrootte. Terwijl
de paarlen vroeger in onze materia medica voorkwamen,
(o. a. de praeparatio margaritarum der Haagsche apotheek)
zijn zij thans obsoleet. Eene analyse heeft geleerd dat zij
voor 66 ®/o uit koolzure kalk en voor 24 °/o uit een eiwit-
achtig bestanddeel bestaan. (')
(i) Williams l. e. pag. 158.
(^) AiRSLiB K e. I. pog. 297.
4G
[6] SEDIMENTUI URIMAE.
yV dzin.
pjil tlong.
Tot de bereiding van dit artikel^ dat nagenoeg constant in
de recepten voor inblaaspoeder voorkomt, wordt volgens Porter
Smith (*) de urine van jonge kinderen gebruikt, die onder
toevoeging van gips of keukenzout wordt gekookt, om de
kristallisatie te bevorderen. Deze auteur beschrijft het artikel
als voorkomende in kleine koekjes, die kristallijn en licht vervloei-
baar zijn en in kleine potjes worden verpakt. Blijkbaar heeft
Porter Smitii een ander urine-preparaat op hel oog, dan ge-
woonlijk in de inblaaspoeders wordt gebruikt.
Het door hem beschrevene zoude dan ook moeielijk, wegens de
vervloeiende eigenschap, als constituens van een poeder kunnen
dienen.
De Hokien-Chineezen gebruiken daartoe een urine-preparaat
dat zich, in onbereiden toestand, voordoet als steenharde ruwe
brokken, wier grijze kleur op die van puimsteen gelijkt en die
gemakkelijk een licht poederachtig beslag afgeven. Sommige
stukken maken den indruk van, in onverdeelden toestand, min of
meer cylindervormig te zijn geweest. Een der oppervlakten
is dan ruw maar nagenoeg vlak, de andere zeer ruw wrattig en
afgerond; de overige grenzen bestaan uit ruwe breukvlakten. Met
zorg tot poeder vermaald wordt dit in water geweekt en de
vloeistof zoo lang afgcgoten totdat deze geen bijzonderen reuk
meer vertoont. Bij die bewerking gaan de oplosbare zouten
verloren. Het, na afloop dezer bewerking, gedroogde poeder
is aschgrijs, doch bevat, blijkens door Dr. Eijkman alhier
in het pathologisch en bacteriologisch laboratorium genomen
proeven, vele levensvatbare kiemen van verschillende bacteriën
en micrococcen.
(•) Porter Smith 1. c. pag. 224.
47
Nog eeo ander urine-preparaal bestaat uil broze licbt-geel-
grijze stukken, onregelmatig van vorm, die gemakkelijk met
de vingers zijn fijn te wrijven, maar ook vóór het gebruik
herhaaldelijk in water moeten worden geweekt en afgeslibt, als
wanneer het een licht-geelgrljs hoogst fijn poeder daarstelt, dat
nog al zwaar is
Beide laatstgenoemde preparaten worden, blijkens ingewonnen
berichten, in China op de volgende wijze verkregen. Het eerste
als afzelsel tegen de wanden van beerputten, het tweede
als bezinksel en afzetsel van urine in tonnen of potten.
In China moet de gewoonte bestaan om hier en daar op
plaatsen van publiek verkeer, steenen vaten te zetten met schrif-
telijke uitnoodiging, aan de mannelijke passanten, hierin hunne
urine te deponeeren. Deze vloeistof wordt als meststof in groente-
tuinen gebruikt. In de vaten, die nooit worden schoongemaakt,
zet zich op den bodem en tegen de wanden een harde kristal-
lijne massa af die later wordt uitgebikt en de ruwe grondstof
daarstelt voor het bovenbedoelde urine-preparaat. Dat hetwelk
uit de beerputten afkomstig is , is minder in kwaliteit dan hetwelk
de urine-vaten leveren. De grondstof wordt uitgebrand en
eerst dan is zij tot medisch gebruik geschikt,
Mikroskopisch bestaat zij uit een korrelige zelfstandigheid,
waarin hier en daar geelachtige kristallijne fragmenten voorkomen
terwijl constant fijne pikzwarte kool-partikeltjes worden aan-
getroffen. Volgens Dr. Cretier is de chemische samenstelling
koolzure kalk , vermengd met een weinig kooK
[7]
TUBER PACHTRHIZI TRILOBl.
(siccnm et consclssnm)
f-
kan.
M
koah.
Gcelachtig-witte, langwerpig- vierkante, vleezige, buigzame t
dunne, platte schijfjes van den gedroogden zetmeelrijken
48
wortelkuol van Pachyrhizus frilobus L. ^ ^ (Hoen koah)
uit de familie der Papilionaceae, (*)
Hunne oppervlakte is ruw en meelig bestoven. Bij velen
treft men een of meerdere donkerder getinte longitudinaal-
streepen aan, veroorzaakt door de schuinsche doorsnede van een
of meerdere jaarringen. Gewoonlijk zijn de schijfjes ± 11
ctm. lang en 2 a 3 ctm breed.
In de groote Ghineesche apotheken is de gedroogde wortel-
knol ook onversneden aanwezig, in halfkegelvormige ofhalfcy-
lindrische fragmenten^ die van buiten vezelig zijn en waarvan
op ruwe wijze de nevenwortels en de opperhuid verwijderd
zijn, terwijl zij dezelfde physische eigenschappen hebben als de
bovenvermelde platte schijfjes, doch waaraan duidelijk vier
jaarringen herkenbaar zijn. De smaak is flauw, meelig.
Deze stukken zijn nog al zwaar op het aanvoelen en bezit-
ten dezelfde lengte als de beschreveA schijfjes. Een hunner
zijden is plat, terwijl de andere een segment daarstelt van
de uitwendige oppervlakte der knolwortel. Soms worden deze
hier te Batavia versch uit China aangebracht en wel
gewoonlijk tegen het Ghineesche nieuwjaar. Zij bezitten dan
een rolronden vorm en zijn aan de beide uiteinden geleidelijk
egaal toegespitst (spoelvorm). Hunne dunne opperhuid is ruw
en donker-grijsbruin. Eenige onregelmatige sleuven, waaruit
bijwortels ontspringen, loopen in overlangsche richting, en
fijne oppervlakkige groeven zijn, evenwijdig aan elkander, dwars
geplaatst.
De doorsnede is wit. Ook hier vallen de vier jaarringen
door hunne donkerder tint duidelijk in het oog.
Gemiddeld zijn de versche tubera 3 a 4 dcm. lang en 0.8
a 1 dcm. breed op hun dikst gedeelte.
(*} Zie SouBEiRAN en Dabrt 1. e. png. 276.
, Fortui Smith l. e. pag. 88. sub Dolichos trilobuê.
Bretschneider 1, e. pag. 14G.
49
Hun prijs is nog nl hoog. Ik betaalde 50 cents voor cenen
middelmatig groolen wortel, die ongeveer twee katti woog,
terwijl de geprepareerde gedroogde schijQes evenveel kosten.
Het weefsel bestaat behalve uit een kurklaag uit groote
langwerpig vierkante parenchymcellen , die overvuld zijn met
zetmeel, waartusschen vele vaten in overlangsche richting
verloopen.
De zetmeelkorrels zijn ovaal samengesteld. De afzonderlijke
korrels doen zich voor als gedeeltelijk hoekig en tevens gedeel-
telijk afgerond en gelijken juist op die van den hier inheem-
schen Pachyrhizus angiUalus, Rcch. Bij de toevoeging van
water wordt hun kernvlekje niet zichtbaar.
[8] BULBUS UYULARIAL
jll Ishoan.
^ lioè.
Kleine, witte, samengestelde bolletjes, die gewoonlijk zoo groot
zijn als hollandsche groene erwten, doch waaronder ook veel
kleinere en enkele malen eenige grootere worden aangetroflen.
Zy zijn reukeloos en smaken flauw meelig. Van boven eenigzins
toegespitst, is hun vorm van onderen een weinig afgeplat.
Daar ter plaatse wordt in hel midden een donkerder gekleurde
indeuking waargenomen , waaruit fijne wortelvezeltjcs ont-
springen. De bolletjes bestaan uit drie deelen; twee meelige
schubben in perpendiculaire richting van elkaar gescheiden waar-
van de eene gewoonlijk Vs en de andere Vs van den bol in-
neemt en daartusschen een spilvormig puntig uitloopend orgaan
uit twee meelige blaadjes bestaande, waartusschen soms eene
fijne caulicula als uitlooper wordt waargenomen.
Bij het gebruik worden de bolletjes gesplitst en het
middeldeel weggeworpen. De plaatsing van dit deel is altijd
zoo, dat bet in eene gleuf der kleinste schub is gevoegd, terwijl
4
50
de grootere vrij is van indrukken. In zeldzame gevallen zijn
de schabben waarin de bolletjes zijn verdeeld nagenoeg evengroot
doch meestal ligt de kleinste tegen de groote aan, als de staart
van een krab tegen zijn lichaam.
Als opperhuidsweefsel kon ik microscopisch slechts een lijn
laagje celweelsel herkennen , doch overigens bestaat het weefsel
uit groote polyaedrische parenchijmcellen die met zetmeel over-
vuld zijn. De zetmeelkorrels zijn grooter dan die van rijst-
meel en peervormig ovaal; zij vertoonen concentrische lagen die
om een excentrisch kcrnvlekje zijn gerangschikt. Deze kern
heeft veeltijds den vorm van een liggend kruis, maar soms
ook van een driesprong.
*
Hier en daar worden laddervaten waargenomen.
De hierboven beschreven bulbi zijn uit Setjoean afkomstig
en vrij duur.
Eene goedkoopere soort van Hupeh (Ningpo) is veel grooter
daar de bolletjes zoo groot zijn als knikkers. Bij deze soort
zijn de beide samenstellende schubben altijd nagenoeg even-
groot en kan men een reuk waarnemen als aan allhea-wortel.
De moederplant die voor de beide genoemde soorten wel ver-
schillend zal zijn behoort tot de familie der Uvulariac. Hoffmann
en ScHULTES noemen als zoodanig Uvularia cirrhosa Thb. (*)
en PoRTER Smith geeft op de Uvularia grandiflora (')•
[9J RHIZOIA COPTIDIS.
J^ heng. ^ hoen. )\\ tshoan. JE tslA".
J^ hoi. m nfn. m nfn. j|| tschoan.
nt". Xjja nfn.
Van dezen wortelstok , die in gepulveriseerden toestand bijna
constant wordt aangetroffen in de inblaaspoeders die tegen
(i) HoFFXARN en ScHULTEs 1. c. papf. 61.
P) PoRTER Smith 1, c. pag, 225.
• • - *
51
keeldiphtheritis worden gebruikt, komen volgens Chineesché
deskundigen te dezer plaatse, zes variëteiten of soorten voor in
den niedicijnhandel. Een dezer wordt uit Japan aangevoerd
en beeft in de schatting der Cbineesche medici de minste
waarde. De overigen zijn uit China afkomstig. Allen bezitten
echter een vrij groot procentisch gehalte aan berberine.
Het zijn houtige wortelstokken van eene donker-okergeele
kleur ter dikte van eene zwanenschacht of dunner, die min
of meer gekronkeld en soms vertakt zijn. De dikte varieert
ook bij eenzelfden wortelstok omdat soms knoestige gedeelten
door middel van eene geleding aan een dunner glad gedeelte
zijn verbonden. De lengte varieert tusschen 4 ctm. en 1 dcm.
Deze laatste afmeting is echter uitzondering. De knoestige
oppervlakte is ruw en stekelig, door afgebroken fljne harde
nevenworteltjes of ook wel nabij het uiteinde door bladschubben
en soms door restanten van stengeldeelen.
Van deze verschillende soorten zijn er vier in mijn bezit
gekomen. Hun smaak is zeer bitter.
De eerstgenoemde soort Heng boé nt» is de coptis-wortel
met den phoenix-staart , waaraan een bundel stengeltjes Is
bewaard gebleven en die daardoor in de oogen der Chineezen
eenige overeenkomst moet vertoonen met den staart van dezen
mythischen vogel. Niet alleen zijn de onderste stengeldeelen
bewaard gebleven, maar ook bladschubben en bladknoppen.
Deze stengeltjes zijn 2 a 3 mm. dun en ongeveer één dcm.
lang, gegleufd en groengeel van kleur.
Het bovenste uiteinde, alwaar de stengeltjes ontspringen, is
gewoonlijk een weinig vertakt en knoestig verdikt en door de afge-
broken nevenworteltjes ruw en stekelig. Op de doorsnede komt
hij met de overigen overeen. Deze wortel is afkomstig uit
Setjoean en kost hier ƒ 20 de katti.
De tweede soort is uit Yoen-nan afkomstig en heet Toen nt".
Deze kost slechts / 8 de katti. Hier ontbreken de fljne
stengels, die afgesneden zijn bij de inzameling. De wortelstok
52
zelve is dikker. De dikte varieert tussclien 0.5 en 1 ctm. Hij
is in korte stukken afgebroken, terwijl het aantal afgebroken
neven wortel Ijes klein is; soms komen tusschen de knoestige deelcn
gladde gedeelten voor die dunner zijn en door middel van gele-
dingen aan het overig deel van den wortelstok zijn verbonden en
die daarbij de restanten van nevenworteltjes missen. Dikwijls
zijn zij aan hun uileinde gegaffeld of in drieën verdeeld.
De 3^^ soort gelijkt mijns inziens sprekend op de
pas beschrevene, doch is uit Seljoean afkomstig en heet
Tschoan ni" ; ook de waarde is nagenoeg dezelfde. Dr. Gresqoff
vond daarin 6.5°/o berberine.
De 4^ soort heeft mindere waarde en even zoo uit Seljoean
afkomstig. Zij draagt vele vertakkingen, meestal 4 tot 5, doch
ook soms geheele bundels die uit 10 a 12 vertakkingen bestaan.
Daarbij is zij grover en dikker. Tusschen de vertakkingen in
zijn de nevenworteltjes niet of onvolkomen verwijderd. Ook
bij deze snort worden de ruwe knoestige gedeelten dikwerf
onderbroken door een glad dunner gedeelte, dat echter minder
diameter bezit dan dergelijke gedeelten bij de voorgaande soort.
In alle Cliineesche apotheken zijn eenige dezer soorten
voorhanden óf tot een fraaikleurig groengeel poeder vermaald
óf als dunne overlangs geschaafde schijfjes. De Chineezen
munten uit door de eigenschap om aan hunne simplicia van plant-
aardigen oorprong een aangenaam voorkomen te geven. Zoo
worden soms gedroogde in zich zelf opgerolde basten tot
schuine schijfjes verwerkt, die een sierlijken G-vorm bezitten.
De coptis-wortelstok nu, zooals die geschaafd in hunnen
voorraad aanwezig is, valt dadelijk in het oog door de fraaie
teekening die de bochtige worteldeelen vertoonen. Binnen den
donkerbruinen bastring steekt de goudgeelc kleur van het
hout scherp at en deze is weder hier en daar afgebroken door
bet donkere merg.
Het microscopisch onderzoek vertoonde mij het volgende. Op
55
de dwarsche doorsnede koml de kurklaag uil, die uit bruiu-
wandige ovale bocblige cellen beslaat, welke in langentiale
richüng verbreed zijn. Hier en daar dringen van builen af spleten
in bet weefsel en daar ter plaalse zijn de cellen bijzonder donker
gekleurd. Daarop volgt eene dikke laag ovale cellen , die even-
wijdig aan de cellen der kurklaag loopen, met beldere lichlgeele
wanden en korreligen flauwgeel gelinten inhoud. Op vele
plaatsen komen in die laag zeer belder licbtbrekende sleencellen
voor van oranje kleur, dikwandig en van slippelkanalen voor-
zien, en in groepen van 3 lol 6, geïsoleerd. Enkele bezitten
een oranje-bruinen inbond. De mergstralen van bet hout-
lichaam, die uit radiaal gerangschikte ovale cellen bestaan^
geheel en al gelijkend op die der bastlaag, zijn zetmeelhou-
dend en gaan geleidelijk in den bastlaag over, met een
bocht om den buitenrand der houtslralen. De cirkelvormende
cambiumlaag bestaat uil kleine cellen met helderen inhoud.
Zij is op de plaatsen, waar de mergstralen in den bast over-
gaan, onderbroken en begrenst overigens de houtslralen die zich
als afgeronde driehoekige lichamen voordoen, welke naar het cen-
trum puntig eindigen. Deze zijn samengesteld uit fijne oranje-
kleurige houlvezels, terwijl aan den buitenkant vaatbundels
worden aangetroffen. Een centraal luchtkanaal, door afsterven
van bet merg ontstaan, is tevens aanwezig, terwijl in de merg-
stralen, in radiale richting, lucbtkanalen worden waargenomen.
De rhizoma coplidis uit China en uil het Mishmee-gehevgie
(in het Oosten van Assam gelegen), is reeds lang in Brilsch-
Indie bekend als afkomstig van de Copiis leela (wallich). Dr.
Pereira ontdekte dat hij reeds den ouden verstrekt werd
onder den naam van »Mahmirah." Uit Assam wordt hij in
gedroogden staat in kleine rolanmandjes naar Bengalen uitge-
voerd, ('). Ook AiNSLiB vermeldt deze drogerij als uit China
afkomstig onder eenen Chineeschen naam. »Sou lien" of
• chyn len. (^) De identiteit van dit product met de rhizoma
(O Waring 1. c. pag. 4 en pag. 435.
(*) Ai.NSLiE 1. e. pag. 400.
54
coptidis ieelae komt voor rekening van Waring. In Brilsch*
Jndiè is de rhizoma thans nog officineel in gebruik in poeder-
voriQ , als tinctuur en als infusie. Ook PlQckigbb en Hanburt (*)
wijden een hoofdstuk aan dit middel. In den laatsten tijd
werd weder op nieuw de aandacht van het publiek op dit
geneesmiddel gevestigd en wel door Tbos. Chbistt uit Landen
die den Japanschen rhizoma coptidis anemonifoliae invoert. (^)
De beer Cmristt annonceerde hem reeds in 1878 als een nieuwe
artseny die 8V9 procent berberine inhoudt. (') De japansche
naam is »oh-ren."
Portbr Smitu maakt van het middel gewag {*) onder de
foutieve diagnose Juslicia^ doch hij wijst op de vele variëteiten
of nevensoorten die in China gebruikelijk zijn.
De physiologische werking is volgens de in Britsch-Indie
opgedane ondervinding, die van een krachtig tonicum amarum.
Het wordt dan ook aangewend bij zwakte na koorts of in
het reconvalescentie-tijdperk van andere uitputtende ziekten, zoo
ook bij atonische dyspepsie. De vroegere reputatie was die van
een febrifugum, en van een middel tegen conjunctivitis. De
vroedvrouwen in China wenden bij zuigelingen een mengsel
aan van deze rhizoma met borax, om aplhtheuse woekeringen
in de mondholte te voorkomen. Tot datzelfde doel krijgen hier
de Chineesche zuigelingen kort na hunne geboorte cinnaber op
den tong, hetgeen opmerkelijk is omdat juist deze drie bestand-
deelen ook in de middelen tegen keeldipblheritis voorkomen.
[10] RHIZOIA ALPmUB.
-^ kan.
(1) Flückiger en Hahbury, 1. e. pag. 7.
(S) Thos. Christt 1. e. n**. IV pag. S3.
('j Thos. Chbistt l. e. n". II. pag. 15.
(4) Portee Smits 1. c. pag. 126.
Volgens PoRTER Smith (*) zijn onder bovenstaande naam de
wortels van den Pardanthus chinensis Kerr. in de Chineesche
geneeskunde gebruikelijk. De Chineesche letterleekens komen
overeen met die welke Hoffmann en sghultes (^) voor die
plant opgeven. Zeker is Porter Smith echter niet van zijne
diagnose, want hij beweert dat ook de rhizomen van andere
tot de familie der Irideae behoorende planten , onder dien naam
in de Chineesche apotheken voorkomen. Hier te Batavia noemde
een Chineesch geneeskundige, die op de hoogte is van inlandsche
geneeskrachtige planten de Siè. kan als »langkwasoetan" eene
wilde alpinia-soort die in China inheemsch is, dus eene Zingi*
beracea. Vergelijkt men nu het product waarover hier ge-
handeld wordt uit de Bataviasche Chineesche apotheken met
de worteldeelen van den Pardanthus chinensis, die hier veel-
vuldig in de tuinen als kweekplant wordt aangetroffen (% dan
valt allereerst in het oog dat het Chineesche geneesmiddel geen
radix tuberosa (^) maar wel degelijk eene vertakte rhizoma is,
in vorm overeenkomende met dien van de hier voorkomende Alpi-
nia galanga, en waaruit hier en daar loodrecht op de lengte-
richting bladstelen ontspringen, die afgesneden zijn. Boven-
dien is de doorsnede van der gedroogde rhizoma niet chromaat-
geel gelijk P. Smitu opgeeft voor dien van Pardanthus chinensis
maar wil, even als die der langkwas.
Door het bovenstaande komt men tot het besluit dat §IA kan,
welke hier te Batavia als ingrediënt van species tegen diphtheritis
wordt gegeven, niet afkomstig kan zijn van den Pardanthus
chinensis maar wel van eene i4//7t;iia-soort.
De wortelstok wordt nooit uit China aangevoerd in zijn ge-
heel, doch immer in schijfjes, die door de vele vertakkingen,
welke dit orgaan bezit de meest verschillende vormen ver-
toonen. De doorsnede is grijs-wit, meelig en de buitenvlakte
(<) Porter Smith 1, e. pag. 167.
(i} UOFFMANIf & SCIIULTES 1. C. pag. 41
(si MiQUEL ]. e. III pag. 579.
(^] Aigebecld in den üortus Malabaricus v. Uheede XI lab 37.
56
yerloont cene oranje-kleurige opperhuid. Het weefsel bestaat
grootendeels uit een grootcellig parencbym , waarin kleine ronde
zetmeelkorrels , die niet ovaal zijn, zooals die van de inheemsche
langkwas. Eene kernscheede scheidt het bastparenchym van
het andere. De kurklaag beslaat uit platte bruinwandige
cellen, waarin hier en daar donkere korrels.
[11] RADIX SGUnULARUE YISCIDUUE.
^ OCln.
:ëf khtn.
<tai° khim is een hoornachtige bijna rolronde penvorniige
halfwortel, die aan zijn breedst uiteinde drie tot vier wortel-
hoofden beeft, waaraan de lidteekens der verwijderde stengel-
deelen zichtbaar zijn. Hij is met het puntige onderdeel eenig-
zins naar eene zijde omgebogen, daarbij okergeel van kleuren
in overlangsche richting een weinig gerimpeld. De bijworlels
zijn verwijderd en hel onderst uiteinde is schuins afgesneden.
De lengte is gemiddeld 1 dcm. en de stengelvoet is daarbij
ongeveer 2 ctm. breed.
De smaak is zeer bitter.
De dwarsche doorsnede laat eenea bruinen of bruinachtig-
groenen bastring waarnemen, wiens dikte nabij het beneden-
einde Vs ^'3" ^6 middelliju bedraagt, en een geelachtigen
houtkern waarin een sponsachlig merg, dat in de meeste wortels
bruinzwart verweerd is.
In de houtkern zijn met den loupe breede hoekige en smalle
mergstralen herkenbaar; de eei*ste bevatten luchtvaten die nabij
de cambiumlaag vrij wijd zijn, maar naar het midden toe ge-
leidelijk in diameter afnemen.
Microscopisch onderscheidt men aan den omtrek vrij groote
onregelmatige schorscellen met eenen bruinen korreligen of
brokkeligen inhoud. Daarop volgt een laag van ovale tangen-
tiaal verbreede cellen met eenen geelachtig korreligen
inhoud 9 waardoor hier en daar sclerenchynivezels loopen.
57
Daaraan grenst de binnenbasl mei kleine cellen , die in dwarsche
doorsnede rond en in hel overlangsche ovaal zijn. Deze cellen
zijn in radiale reeksen regelmalig gerangschikt, waarlusschenin
ook geïsoleerde sclerenchyiu vezels voorkomen.
De cambiumlaag is aan de kleine taugenliaal verlengde hel-
dere cellen herkenbaar.
De houlkern bestaat uit concentrische reeksen vaatbundels,
die met weinig houtvezels vereenigd zijn en waartusschen
dezelfde reeksen radiaal gerangschikte afgeronde cellen voorko-
men 9 als die waaruit de mergstralen bestaan. De vaatbundels
komen voor als verspreide groepen van geele gestreepte en ge-
stippelde vaten.
Het merg, dat bijna altijd afgestorven is, bestaat uit eene
poreuse massa waarin bruinwandige spiraal- of laddervaten
herkenbaar zijn, tusschen welke bruine korrelige klompjes als
weefselrestanten voorkomen,
In de Chineesche apotheken is deze wortel altijd voorhanden
in schuins gesneden schijfjes waarbij de bruinachtig groene
kleur van den bastring soms duidelijk uitkomt.
De aldus verwerkte wortel kost hier per katti ƒ 1.
De botanische afkomst wordt door Tatarinov opgegeven als
van de Scutellaria viscidula, eene Labiale (*) die over geheel
China verbreid wordt aangelrofTen.
[12] RADIX eiNSEHfi HieRA.
jZ, hièn.
som.
Hoornachtige platte dunne schijfjes, zwart van kleur en
ondoorschijnend. Zij zijn nagenoeg reukeloos en flauw van
smaak. Langwerpig van vorm met afgeronde hoeken, be-
(i) SouBEiRAN cn Dabrij, 1. c. pag. 180
PoRTER Smith 1. e. pag. 194.
58
draagt hunne langsle afmeting meestal eenige centimeters. Zij
bezitten een fijn geelbruin builenzoompje en vertoonen bieren
daar licbtgekleurde slippen van vast boutweefsel. Bij de
ovaalronde scbijijes is de rand meestal eeuigzins geplooid. Het
zijn worteldeelen , die dwars, schuins of overlangs gesneden
of geschaafd en daarna in de zonnewarmte gedroogd zijn. Bij
die drooging trekt zich in de dwarsche doorgesnedene deelen de
kern in iets grootere mate samen dan de bastring, waardoor
deze zich als eene min of meer geplooide zoom voordoet.
De onverdeelde wortel komt in de Chineesche apotheken
voor als een platgedrukt vleezig lichaam, aan beide uiteinden
toegespitst, met grove overlangs loopende gekronkelde rimpels
en eene grijsgeele opperhuid. Bij weeken in. water zwelt hij
op, verdwijnen vele der rimpels en wordt de consistentie
vleesacbtig, terwijl het water dat tot weeken gebruikt is, eene
donker-bruine kleur aanneemt. Eerst bij hoogst dunne door-
sneden wordt makroskopisch de bouw zichtbaar.
Het mikroskopisch onderzoek der dwarsche doorsnede toonde
het volgende aan.
De opperhuid bestaat, uit donkergeele cellen , waartusscben
drie- en vierkante steencellen, met geele wanden en stippel-
kanalen. Daarop volgt eene laag tangentiaal verlengde, vrij
groote cellen met donkerbruine wanden, die als buitenbast
kan worden beschouwd en die geleidelijk in den binnenbast
overgaat, welke uit dunwadige parenchymcellen beslaat, waar-
tusscben nabij het cambium bastslralen voorkomen uit regel-
matig in centrale richting gerangschikte cellen gevormd. De
cambiumlaag, die nog al breed is, bevat op de dwarsche doorsnede
vrij regelmatig geplaatste zwarte slippen. Het houtlicbaam,
dat ongeveer vijf maal zoo breed is als de bast , bestaat uit
zeer verbreede mergstralen en zeer smalle houtslralen waarin
zwarte vaatbundels tot aan het centrum worden gevonden.
De botanische afkomst is onbekend.
SouBEiRAN (') vermoedt dat deze aan eene Rehmannia-soovi
(O SouBEiRAif en Dabby, 1 c. pag. 193.
S9
is toeteschrijven , vermoedelijk omdat Porter Smith (^) de be-
schrijving der moederplant (uit Chineesche berichten overge-
nomen) in botanischen en pharmacologischen zin met eeiie Reh-
mannia vergelijkt. Laatstgenoemde schrijver noemt als groei-
plaats Ngan hwoei en de noordelijke en noordwestelijke pro-
vinciën van China,
De moederplant moet een vierkanten stengel bezitten, 5 tot
6 voet hoog worden en van wollige zaagrandige bladen voor-
zien zijn, terwijl er twee variëteiten bestaan, ééne met witte
en ééne met purperkleurige bloemen.
[13] RADIX CAJANI FLATI.
^| soao.
^ kin.
Platte ovale houtige wortelschijfjes van vaste consistentie
met eenen donkeren bruinachtigen baslrand en een licht ge-
kleurd grijsachtig-geel houllichaam.
De onverdeelde wortel is in de groote Chineesche apotheken
voorhanden en varieert in dikte tusschen eene penneschacht
en een pink, terwijl de lengte tusschen 50 en 40 ctm. afwisselt.
Gewoonlijk ontspringen zij 4 of 5 tegelijk aan eenen knobbe-
lingen houligen stengelvoet. De wortels zijn rolrond, donker-
bruin met overlangsche plooien en bezitten dwars geplaatste
wratachtige oogjes. Aan hun uiteinde loopen zij spits toe: zij
verdeelen zich hier in bijwortels. Ook uit den stengelvoet
ontspringen kleine neven wortels, terwijl deze nog ronde afge-
broken stengeldeelen bezit. Op de dwarsche doorsnede doet zich
de bastcylinder voor als een vierde van den middellijn breed.
Microscopisch treft men 8 a 10 rijen langwerpige in tan-
gentiale richting verlengde bruinachtige cellen der kurklaag
(1) Porter Smith, l. c. pag. 104.
60
aan, waarop een helder parencliym volgl, waarvan de polyië-
drische cellen mei fljn korrelig zetmeel zijn gevuld; hierlusschen
loopen libriforme vezels.
Op den cambiumlaag volgt het houtlichaam, waarvan de
houlstralen naar het centrum toe spits eindigen; zij zijn twee
maal zoo dik als de hen scheidende mergstralen en bestaan
uit dikwandige houtvezels met regelmatige geplaatste vaatbun-
delgroepen, welke zich gezamenlijk als concentrische ringen
voordoen, ten getale van zeven. Op de dwarsche doorsnede doen
de vaten zich voor als dikwandig, geel en gestippeld. De grootste
zijn nabij de peripherie geplaatst, terwijl zij naar het centrum
toe geleidelijk iu lumen afnemen. De overlangsche doorsnede
doet laddervaten herkennen. De tusschen de houtstralen lig-
gende mergstralen zijn smal en bezitten 4 a 5 cellen in de
breedte, zij zijn in de richting der as gerekt en met fijnkorrelig
zetmeel gevuld. In verschrompelde dcelen van dat weefsel
komen geele harsklompjes voor.
De smaak van den wortel is zeer bitter. Men beweert dat
hij evenwel gaarne door muizen wordt aangevreten.
De moederplant wordt door Bretsghneider, Cajanus /lavus
genoemd (*) en synoniem gesteld met Cylisus cajan — eene
Legumitwsa, terwijl Porter Smitb (^) de Chineesche letterteekens
vertaalt met eene Lespedeza-soovi op autoriteit van Tatarinov.
SouREiRAN beschrijft zeer kort den hier bedoelden wortel (')
maar meldt de Cylisus cajan , die volgens hem een zoelsmakenden
wortel moet hebben, afzonderlijk op pag. ^80 van zijn werk.
De Cajanus /lavus of Cajanus indicus is reeds door Rumphius
afgebeeld en beschreven in Tom Y. pag. 577 als Balische boon.
Hier op Java wordt de plant, die tot een klein boompje kan
opgroeien, kaljang goede genaamd.
(O BRBTscu"fEiDEii 1. c. pag. 147.
(<) Porter Smith I. e. pag. 132
(^) SouBEiRAN en Dabry 1. c pag. 275.
Gl
[14] RADIX PLATTCODOMTIS 6R&ID1FL0RU.
^ klei.
M •**"«
Geelachtig wilte plantendeelen, die uil een penworlel be-
staan , waaraan het onderste deel van den stengel is verbonden.
Hunne lengte varieert tusschen 9 en 12 ctm. ; hiervan
komt een vierde voor de lengte van het stengelgedeelte. Dit
deel is door eene dwarschc insnoering duidelijk van het wortel-
deel gescheiden en heeft eene gemiddelde diameter van 7 a 10
ctm. Behalve overlangsche plooien en gleuven onderscheidt
men er lidleekens van bladscheeden aan.
De wortel is van boven gemiddeld iVi tot 2 ctm. breed,
afgerond en loopt naar beneden, allengs dunner wordend, spits
uit. Het onderste gedeelte en de nevenwortels zijn verwijderd.
In overlangsche richting loopen golvend meer of minder diepe
sleuven. Het geheel is zeer licht en poreus en schijnt in
China eene bereiding te hebben ondergaan, die hoofdzakelijk
moet bestaan hebben in het verwijderen der donkerbruin
gekleurde opperhuid , waarvan hier en daar in de gleuven nog
kleine restanten worden aangetroffen. In water geweekt
zwelt hij een weinig op, zonder het water te kleuren.
Op de doorsnede onderscheidt men een witte vleezige buiten-
bast met luchtholten in radiale richting en een binncnbast
van dichter weefsel, dat nabij den cambiumlaag een geelachtige
tint heelt. De houtkern is wil, mergachlig en straals-
gewijze smalle streepjes stellen de doorsneden daar van de
houlbundels.
Mikroskopisch doel zich de buitenbast voor als een weefsel
dat nabij de opperhuid uil langwerpige hoekige cellen bestaat
die in tangenliale richling 2ijn geplaatst en wal deze betreft
geleidelijk overgaan in strooken, waarin de lengte der cellen
radiaal geplaatst is. Tussschen deze laatsle cellen komen de bo-
62
venvermelde radiaal geplaatste lachtholten voor en wel als
spleten. De binnenbast bestaat uit regelmatig gerangschikte
hoekige, nagenoeg vierkante, cellen, waartusschen bastbundels.
De cambiumlaag onderscheidt zich als eene smalle twee
cellen breede strook van kleine cellen die in tangentiale richting
verlengd zijn. Het weefsel der mergachtige houtkern, dat
hieraan grenst, bestaat gedeeltelijk uit dezelfde cellen als de
binnenbast, in stralen naar het centrum loopend en waarom
de vaten zijn gerangschikt, gedeeltelijk uit een losser weefsel
waarvan de cellen grooter en onregelmatiger zijn en dal zich
tusschen die stralen bevindt.
De vaten nemen geleidelijk in diameter toe naarmate zij dichter
bij den kern zijn geplaatst. Het zijn laddervaten met geele
wanden.
Ik meen bovendien melksapkanalen te hebben aangetroffen.
De moederplant is de Platycodon grandiflorum, Deg. eene Cam-
panulacea,) (^] Porter Shith (^} geeft op dat de plant uit
Setjoean, Hupeh, Honan en Shansi komt, maar zij groeit ook
in het wild rondom Hongkong (^).
[15] RADIX UaniRlTlAE.
H" kam.
tshó.
^ hoen.
De Glycerhiza echinala en Glycerhiza glabra worden beide
in China gekweekt om de medicinale waarde der wortels.
De eerste soort komt in Tarlarije en Noordelijlc-China voor,
(O HoF^MANN en ScHULTEs l. e. pag. 44.
(*) Porter Smith 1» e. pag, 173.
(>} FoBD, IIo-KAi and Crow. China Review. XVIII.
63
de laalste is meer over geheel China verbreid. (^) Depharma-
cognostische onderscheiding der wortels van de beide soorten
is duidelijk door Bbrg aangegeven in zijne >Anatomischer Atlas
zur Pharmaceutischen Waarenkunde*' op tabula VI.
De zoelhoutwortel afkomstig van de Glycerhiza echinata
zag ik hier meermalen in de Chineesche apotheken voorhanden.
Ook in de inlandsche geneeskunde wordt ruim gebruik gemaakt
van dit uit China ingevoerde middel. Het draagt dan den naam
van Kajoe manis Ijina.
Er komen hier eenige variëteiten van het artikel voor, die
voornamelijk onderscheiden worden naar de lengte en de dikte
der wortels en daarnaar ook in prijs verschillen.
Bij eene dezer bezit de wortel eene dikte van 4 a 5 ctm.
Gewoonlijk worden zij aangevoerd in groote zware bundels bij
elkaar gebonden van 1 tot Vk meter lengte.
Dr. Blbekbr leverde in 1844 in den eersten jaargang van het
Natuur- en geneeskundig archief voor Ned.-Indië eene kleine
bijdrage tot de kennis der genees- en artsenijmengkunde onder
de Chineezen in het algemeen en onder die van Batavia in het
bijzonder. In dit stuk beweert deze schrijver o. a. dat de
Chineezen uit den zoethoutwortel een extract bereiden dat volko-
men met onze drop overeenkomt, dat tot hetzelfde doel dient en
een bestanddeel van bijkans al hunne pillenmassa's uitmaakt.
Een onderzoek, door mij speciaal daarop gericht, gaf tot resul*
taat dat de Chineesche medici en apothekers volkomen onbekend
zijn met het extract dat uit de zoethoutwortel kan bereid
worden; dat dit extract dan ook niet in hunne materies medica
voorkomt^ en dat het vehikel bij pillenmassa's door hen gebruikt
gewoonlijk bestaat uit ingedikte honig, die door hel uitdampen
zwart is geworden. Ziet men echter in eene Chineesche
apotheek de pillenmassa's bereiden, dan komt onwillekeurig de
gedachte aan drop in ons op, daar het middel dat zij gebruiken om
hunne pillen kneedbaar te maken, daarop gelijkt en ook zoet
(^] Bretschneider Earl. Europ. Research piig. l45.
64
smaakt, maar hij navraag en conlróle met ons extractum liqui-
riliae, blijkt hel dat zoethoulwortel ten eenemale onschuldig is
aan die bereiding.
[16] RADIX TOA T1N6 H0R6.
3^ toa.
T «"«
Dit artikel wordt in grove spaanders als brokstukken van dikke
virorleldeelen uit China ingevoerd. De Chineesche naam der
moederplant kon mij niet worden opgegeven en de hierboven
geplaatste letterteekens geven dan ook enkel den naam van het
geneesmiddel aan. Het eerste letterteeken beteekent «groot", het
tweede «spijker" en hel derde «zwelling".
De fragmenten komen voor als grootere of kleinere schuins
afgekapte stukken wortel, waaraan de bast is verbonden. Deze
is dun en donkerder gekleurd dan het houtweefsel, waaruit
het artikel voornamelijk bestaat, terwijl de opperhuid eene
min of meer geelachtige kleur bezit, hier en daar met een
weinig kleiaarde verontreinigd en op sommige plaatsen in
dwarsche richting gespleten is, zoodat het opperhuidweefsel met
eene helder oranje kleur in die spleten uitkomt. Het houtige
gedeelte is licht leverkleurig, gemakkelijk splijtbaar, doch
overigens hard en fijn van vezel.
Mikroskopisch is aan de bast een kurklaag waar te nemen
bestaande uit dicht aaneengesloten cellen die in radiale richting
verlengd zijn, een oranje kleur bezitten en die in de spleten aan
de buitenzijde door kleine ronde cellen begrensd is, terwijl zij
aan de binnenzijde scherp is gescheiden van het bastweefsel
dat uit onregelmatige cellen bestaat, waartusschen vele ophoopin-
gen van eene donkerbruine amorphe stof. Nabij den hout-
cylinder zijn er mergstralen in het bastweefsel waar te nemen.
61$
De bast laat bij het maken van coupes zeer gemakkelijk los
van den houtcylinder.
Deze beslaat voornamelijk uit dikwandig lichtgeel getint
libriform, waar het aan de mergstralen grenst, regelmatig
vierkant op de dwarsche doorsnede, daartusschen drie- of
vijfhoekig.
De mergstralen, die slechts één cel dik zijn, loopen nagenoeg
evenwijdig aan elkander , terwijl hunne onderlinge afstand nog al
varieert. De cellen waaruit zij bestaan zijn gestippeld, en hier
en daar worden zetmeelklompjes aangetroffen, terwijl zij op vele
plaatsen van donkerbruine korrels (harsP) zijn voorzien. Tus-
schen de mergstralen in verloopen talrijke luchlvaten, die op
de dwarsche doorsnede eenigzins ovaal zijn. De smaak van
den wortel is eenigzins bitter.
Bij een Chineeschen apotheker op Senen trof ik eene ver-
valsching aan van dit artikel. Het surrogaat had eene kleinere
afmeting, was sponsachtig, daarbij lichter gekleurd en van
buiten van een menieroode epidermis voorzien , die gemakkelijk
losliet. Bij onderzoek bleek het te bestaan uit de wortels van
de Javaanschen Taocolrophis roxburgii.
[17] CORTEX PTEROCARPl FLATl
^ oeln.
^ péh.
Dunne, platte, vierkante stukjes bast, van een fraaie citroen-
geele kleur, die ± 9 ctm. lang en 4 ctm. breed zijn. Hunne
dikte is ongeveer 1 mm. Soms neemt men eenige donkerder
gekleurde overlangsche strepen op deze schijfjes waar.
Zij worden verkregen door den binnenbast van den Pterocarpus
flavus, {Papïlionaceaé) in tangenliale richting te schaven.
Deze boom die in China o. a. in de provincie Hupeh wast
B
66
werd reeds door Rumphius beschreven io het III^*^ deel, XIII**
hoofdstuk van zijn Ainboinsch kruijdboek, op pag. 185 onder
den naam Malaparie-boom, als voorkomende op eenige Moluksche
eilanden.
De geele schors werd daar, in zijn tijd reeds , als geneesmiddel
gebruikt en was o. a. een der bestanddeclen van een Bandaneesch
recept tegen de Beri-Beri.
Van uit China wordt hier de bast aangevoerd in groote
platte stukken van 5 dcm. lengte, 1 dcm. breedte en Vi ctm.
dikte. Behalve tol geneesmiddel, wordt zij ook tot geel verwen
van zijde gebezigd. De buitenkant is van de schorslaag
ontdaan, ruw, van eene geelachlig-bruine kleur en ge-
vlekt, doordien hier en daar nog enkele plekken schorsweef-
sel onvolkomen zijn overgebleven. De binnenkant is bruinachtig
en vrij van die oneffenheden, de kanten zijn fraai geel. De
bast zwelt in water op, kleurt dit geel en maakt het bitter van
smaak, terwijl er plantenslijm in het water overgaat.
Mikroskopisch vertoont zij het volgende. Op enkele plaatsen
vindt men restanten van een kurklaag waarvan de cellen dik-
waudig zijn. De dwarsche doorsnede doet een vrij regelmatig
netwerk zien van onderling evenwijdig verloopende, ondoor-
schijnende, min of meer gekronkelde reeksen eenerzijds en
onderling evenwijdig verloopende, geelgekleurde , min of meer
gekronkelde slreepen, anderzijds. De twee seriön kruisen
elkander soms onder eenen rechten, soms onder eenen scher-
pen hoek. De geele streepen bestaan uit concentrisch ver-
loopende dwars doorgesneden sclerenchymvezels en de ondoor*
schijnende uit bastvezels. De boek waaronder deze elkan-
der snijden is nagenoeg recht nabij de cambiumlaag en
scherp nabij de kurklaag. Het weefsel dat zich tusschen dit
netwerk van streepen in bevindt wordt gevormd dooronregel*
matige bochtige parenchymcellen. In de overlangsche en tangen-
tiale doorsneden komen de geele sclerenchymvesels in hunne
lengte-richting duidelijk uit^ terwijl de bastvezels dwars door-
gesneden zich als heldere, bijna vierkante^ vormelemen ten voor*
61
doen, die kleurloos zijo en het licht sterk breken. Bovendien
worden veelvuldig cambiform en zeelvalen aangetroffen, terwijl
hier en daar korrelige bruine harskorrels zichtbaar zijn.
(18) FOLIA NEHTHAE ARYEHSIS.
% pok.
^ hd.
hlóh.
Tot de medicinale planten, die in den laatsten tijd vooral de
aandacht trokken, behooren zeker de soorten van Menlha, die de
bekende poko-olie leveren, een preparaat, waaruit tegenwoordig
het stearopten in vasten toestand, als menthol wordt bereid.
De Chineesche plant, die deze olie levert, \^ Aq Menlha arvensis
L. Zij komt ook op Java voor, alwaar zij door Bluhe met
den naam Menlha javanica is betiteld. Eigenlijk zijn dus deze
beide plantnamen synoniem (^). Of de door Blumb beschre-
vene Menlha hier inheemsch is, dan wel uit CAina is ingevoerd,
blijkt niet uil de botanische werken.
Ik ben geneigd het laatste aan te nemen. Hier op Batavia
wordt deze plant door Chinezen en Inlanders in tuinen ge-
cultiveerd, de laatsten maken er ook gebruik van bij
samenstelling van enkele hunner geneesmiddelen onder den
naam van daun poko. De gedroogde bladeren worden uit
China ingevoerd en zijn in alle Chineesche apotheken voorhan-
den onder den eerstgenoemden naam. Het is opmerkelijk dat
menthol tegenwoordig plaatselijk wordt aangewend bij keelziekten
(') Bbetsghneider. Early europ. research, into the flora of Clüna pag.
167.
en Bretsghreider Botanicon sinicutn pag. 57.
door Europeesrbe tbenpeoleo eo er <**k in $omiiii£e rweplen
tegen keeliieklen bij de ChiiKiezeD i;id de mrs/A^-bbderen
sprake is.
Iedereen hier op /«im keol deo reuk ran pnkn Cilie. Deze
koml OTereen met dïe der Eori:>pee>^be fiepermaoloiie. maar is
er toch ran on Jerseheideo . door een eizenaardü^e cssenee. Aan
dezen reuk Tc»>ral zijn dan ook de fijnjeknenvle bladeren der
JaTaansche Menlka^soorX Ie herkennen.
Deze bladeren worden door Mk^ccl beschreven ak ToUrt : fblia
ellipüco-lanceolat;! vel ellipUca . acuta serrata . hasï in petiolum
angostala. supra asperiiia, sublus gbbra. *
Deze beschrijving past ook op de bladeren die in ^nmeden
staat uil Chitia wonien in<;evoerd.
19 FiUiBiDUSAE
kték.
Eeu praeparaal, dat in de Chinoesohe aiK^theken aanwezig is
eo daar als bamboe-bladeren wordt beschouwd . tieslaat uil de
grolgesneden bladeren en slenjjeldoelen \*an eene Gntmimea.
In den bovenslaanden naam die hel draaft beleekent het tweede
Chineesche letterteeken *IkuuUv\ Of hel echter werkelijk
afkomstig is van eene bambus;) siH^rl . meen ik te moeten
betwijfelen, hoewel Portkr Süitm hel onder dien naam. op pag.
31 regel S4 van Innen, in lijn werk ciUvrL In enkele apotheken is
ook de geheele gedrtn^de plani in xiH^rraad. Deze bezit eene
lengte van ongeveer 4 decimeler en is viH^riien van eene kleine
rhizoma waaruit de verschillende ougetakle sleuteltjes ontsprin-
gen . terwijl aan de ouderiijde tynijje IhvIiIi^:^' worteltjes worden
aangetroffen. De sleni;:t>Ujes Wslnan uil 6—8 ^knoopte ge-
[^) MiqueK VV^n van N\hI lm<u\ IKvl II. )^^ %;
69
ledingen. Uit ieder lid onlspringl een blad, waarvan de, den
stengel omvallende bladscheede lot aan of voorliij de volgende
geleding reikt en dal al of niet van een korl steellje is voor-
zien. De bladeren zijn gaafrandig, smal lansvormig mei een
zeer spits uileinde en een minder spitse basis. De kleur is
in gedroogden toestand okergeel en de bladeren zijn dan min of
meer ineengeschrompeld. Hoewel de Lalijnsche naam dezer planl
mij onbekend is , zoo heb ik haar toch aan hel hoofd dezes , in
navolging der Chineezen, als eene bamboesoort betiteld. Een
afkooksel van dit middel wordt door de Chineezen voorgeschreven
bij ophooping van slijm in de bronchiên dewijl het, volgens
Chineesche begrippen, expecloreerende eigenschappen bezit.
[20] FLORES PTRETHRl SIREITSIS.
^ kiók.
^ hoa.
De gedroogde, witte bloemhoofdjes van de, hier als sierplanl
welbekende, Pyrelhrum sinense, Sab. eene Composita (*). Portbr
Smith noemt de moederplanl Chn/santhemum album (^). Ook
in MiQUEi/s Flora Indiae Ualavae wordt zij , op pag. 86, Deel II ,
als sierplanl genoemd. Hier op Java wordt zij zoowel bij
Chineezen als bij Europeanen en Inlanders op de erven ge-
kweekt en draagt zij den naam van »seroeni poetih".
Ook de oude Rumpuius beschreef haar reeds in zijn bekend
Ambonsch kruidboek, lib. VIII pag. 259. Hij vergeleek de
bloemen bij roomsche kamillen.
(I) IIoFFMANN e» SciiDLTEs I. c pag. 48.
(-) PoRTER Smitii 1. c. pag. G2.
70
De reuk, dien de verscbe gekneusde bloemboofdjesaigeTeD, is
kamferacbtig, aromatiek. Zij behoudeo dieo reuk ook in ge-
drooizden slaat. De bloemen die in de Cbineesche apolbeken
voorradig zijn, zijn in gedroogden staal uit Ckina ingevoerd.
De Cbineezen scbrijven er toniscbe en sedatieve eigenschappen
aan toe en gebruiken eene infusie bij conjunctivitis als oog-
wasscbing.
Dit laatste was reeds Rciiphics bekend.
[21 j hfliusgeitu RKraAinfAK cimnis.
hé.
+i ^^
Mè tské.
TT
Volgens de Chineescbe karakters komen deze bloemaar-
f jes overeen met den naam dien de Rchmannia chinensis Tisca
draagt en die als zoodanig is gediagnostiseerd bij een exemplaar in
het Leidsche museum aanwezig, door Hoffmann en Schultes (').
PoRTER Smith noemt echler enkel den wortel dezer plant als
ofBcineel in de Cliineesche apotheken. Over de gedroogde
bloemaartjes spreekt hij niet. (^)
Zij bestaan uit de gedroogde kelken, met de vrucbtbeginsels»
die regelmatig als een nar op eene centrale steel zijn ingeplant
en onderling zijn gosoheidon diH)r vrij groote schutblaadjes.
De aartjes bezitten eene lengte van ongeveer 4 ctm. en worden
gevormd door 8 a 9 rijtjes blocmdet^lon. Do bloemkronen zijn
niet meer aanwezig en de kleur is (Kiarsachtig.
(O H0FFMA9X en Schultes 1. o. \^^^, 40.
(*) PoRTiR Smith I. c. i»ag. ItU.
71
[22] FLORES GAPRlFOLliE CHIIVERSIS.
® gfln.
^ hoa.
De gedroogde, ongeopende, jonge bloemen van de Caprifolium
chinensis, eene kamperfoeliesoort uit China (*). De Chinee-
zen noemen ze de goud- en zilverbloemen , naar de gele en
wiUe kleur die de verschillende bloemen van een en dezelfde
plant dragen. Het zijn kleine buisvormige bloemkronen, die,
aan het ongeopende uileinde, knodsvormig zijn uitgezet. Het
gezwollen einde omsluit de heimknoppen en de stigma van den
stamper. De lengte bedraagt ongeveer 28 mm en de buis-
vormige bloemkroon is op haar midden niet dikker dan 2
a 5 mm. De kleur is, door het indroogen, licht-geelbruin.
Veeltijds zijn zij met takjes en kleine blaadjes verontreinigd.
Hun weefsel bestaat voornamelijk uil plal te cellen met troebelen
inhoud , waartusschen, op onderling evenwijdigen afstand, bundels
spiraalvaten worden aangetroffen, in overlangsche richting ver-
loopend. Aan de buitenzijde komen fijne eencellige puntige haren
voor. De pollenkorrels zijn rond mei gelen inhoud. De Chineezen
schrijven er ecne oplossende werking aan toe bij ontsteking-
achlige zwellingen en eene zuiverende bij aphtheuse woekeringen.
(^). Het preparaat is zeer goedkoop en kost slechts 75 ets. de kattie.
[23J CAPSULAE FORSTTHIAE SUSPEHSAE.
Hén.
klaü.
De klepjes van de hokverdeelende doosvrucht der Forsythia
[1] MiQUEL 1. e. II pag 127.
[2] PoRTER Smith 1. c. pag. 138. en 50.
72
suspensa Vaul , eene Oleacea uit China (*) , worden in de Chi-
neescbe geneeskunde gebruikt, terwijl de daarin bevatte zaadjes,
die aromatiscb rieken, worden weggeworpen. Porter Smith
vestigt bierop de aandacbt (^) en hetzelfde zag ik bier bij
eenen Cbineescben groothandelaar in medicijnen. Ecbter ver-
dient vermelding, dat aan bet verscbe afkooksel der klepjes een
harsacbtig-aromatiscben geur niet te ontkennen is.
Het zijn kleine, licbtbruine, scbuitvormige, ovale kleppen , aan
beide uiteinden toegespitst, die aan den buitenkant ruw en
wrattig zijn en zicb van binnen glad voordoen. Uitwendig
loopt in overlangscbe richting eene gleuf, van af het spitse
uiteinde tot aan de stompe basis. Deze gleuf correspondeert
met het middenschot, dat in de lengte der kapselklep is geplaatst
en waaraan, nabij het uiteinde, aan weerszijden een ingedroog-
de navelstreng is waar te nemen.
Beide vruchthelften komen met elkander overeen. Bij de
aflevering zijn zij reeds gescheiden, en de kleine zaden ver-
wijderd.
De lengte dezer klepjes is ongeveer 1.5 ctm. bij eene
grootste breedte, op het midden, van 1 ctm,
Mikroskopisch kan aan de buitenzijde een opperhuidsweefsel
worden waargenomen, dat uit één laag beldergekleurde ronde
bochtige cellen bestaat , waarop, als mesocarpiiim, eene breede
strook volgt van onregelmatige bochtige cellen, met bruinen cel-
wand, terwijl daartusschen hier en daar luchtruimten voorkomen ,
en hier en daar gele klompjes, als van hars, in het weefsel worden
aangetroffen. De endocarpiumlaag , wier dikte V4 ^'^^ ^^
vruchtwand bedraagt, bestaat uit heldere, langwerpige, dikwan-
dige cellen, die een spoelvormigen geel troebelen inhoud be-
zitten en op de dwarsche doorsnede der vrucht met hunne lengte-
as evenwijdig zijn geplaatst aan den binnensten omtrek.
(O HorpMAiTN en Schultes 1. e. pag. 24.
(^) Porter Smith 1. e. pag. 98.
73
[24] COHGRETIOHES BilBÜSiE.
^ telen.
^ tlèk.
hönff.
Helgeeii de Chineezen onder bovenstaaiiden naam verstaan ,
wordt in Briisch-lndic r^labashir'* en op Java en Sumatra
9singkm*a" gelieclcn. Het zijn concremenlen, die dikwerf in
oude baniboehalmen worden aangetroffen. In China als genees-
middel gezocht, wordt het daar aangevoerd uit Brilsch-lndiè
en uit onzen archipel. De op Batavia verkrijgbare is grooten-
deels uit Bantam en de Preanger of wel uit Benkoclen en Pa-
lembang afkomstig.
Naar gelang dit product op Java, dan wel op Sumatra is ge-
wonnen, heeft het een verschillend voorkomen. Het Javaansche
bestaat uit hoekige of afgeronde stukjes, van onregelmatigen
vorm, gemiddeld ter grootte van eene erwt, doch zij zijn soms
gemengd met grootere stukken, die als ronde schijfjes, hunnen
vorm te danken hebben aan de afmetingen van het binnendeel
der bamboehalm, waarin zij zijn ontstaan. Dergelijke stukken,
die de grootte van een halve gulden bezitten, zijn van buiten
dof, ruw en met een grijs-geele poederige korst bedekt, terwijl
hun binnenste dezelfde physische eigenschappen vertoont als
de kleinere stukken. Zij breken gemakkelijk, waarbij de breuk-
vlakte dikwerf schilferig of glasachtig is. De kleur der stukjes
varieert tusschen melkwit, opaliseerend blauwwit, lichtgeel en
blauwachlig-zwart. Enkele stukken bezitten afwisselende lagen
van eene lichte en eene donkere kleur.
De concrementen zijn zeer licht, gemakkelijk breekbaar, terwijl
zij zich, vooral wanneer zij in water zijn geweekt, gemak-
kelijk tot coupe's laten snijden. Door hunne hygroscopische
eigenschap, kleven zij aan de tong. Smaak of reuk zijn er niet
aan te bespeuren. In water geworpen, zinken zij op den bodem
van het vat, terwijl de lucht die zij bevatten, al parelend uit-
74
wijkt. Daarbij krijgt hunne kleur eene wijziging. Vele mat-
gekleurde of ondoorschijnende stukjes worden dan geheel of
half doorschijnend.
Mikroskopisch nam ik waar;
1"*. groottj cellen met geplooide wanden, soms afzonderlijk.
2^. schilferige, doorschijnende plaatjes van verschillenden
vorm.
5®. langwerpige stukjes plan ten weefsel, uit ronde of vier-
kante cellen tezamengesleld , die een donkerbruin gekleurden
celwand bezitten en
4^ kronkelende bruinachtige mycelium-draden met byalinen
wand en kogelvormige bruine sporen.
De tweede soort komt van 5wma/ra (BenlioelenofPalembang).
Terwijl de Javaansche Singkara zich kenmerkt door de veel-
vuldige kleurvariaties die de stukjes bezitten, zoo onderscheidt
zich de Sumatraansche , doordien zij uit kleine onregelmatige
krijtwitte korrels bestaat, waartusschen enkele grootere worden
aangetroffen. Ook hun breuk is anders, daar deze niet glanzend,
doch dof is. Enkele bruine of blauw-zwarte stukjes zijn er mede
vermengd, terwijl andere, aan den buitenkant, een zwart beslag
hebben.
Dit verschil in physische eigenschappen is een gevolg van
de wijze van inzameling.
De Javaansche soort wordt uit de gekloofde bamboehalmen
gewonnen en de Sumatraansche wordt verzameld wanneer
bij het ontginnen van den grond bamboestronken verbrand
zijn. Men zoekt ze dan uit de asch.
De Heer Rost van Tonmngen onderzocht in 1857 een monster
tabashir, uit lianfam afkomstig, en schreef een opstel over
de resultaten van zijn onderzoek. (^)
Volgens dien chemicus werden in 100 deelen aangetroffen.
kiezelzuur 86.387
ijzeroxijdc 0.424
(•) Naluurk. Tij(lschrill .N. Iiulic üeel XIII.
75
kalk 0.244
potasch 4.806
organische bestanddeelen. . 0.507
water en dampkringslucht . 7.632
Professer Thompson van Glascow^ vond de bestanddeelen
van de Uritsch-Indische tabashir als volgt. (')
kiezelzuur 90.50
ijzeroxijde 0.90
aluinaarde 0.40
potasch 1.10
water en dampkringslucht. . 4.87
bij 2.33 verlies.
In Brilsch'lndiè wordt het middel door de inlanders als
een stimulans en aphrodisiacum beschouwd, terwijl het op
Java als bloedstelpend middel rénommée heeft.
In het Jahresbericht uber die Fortschritte der Pharmacognosie,
Pharmacie und Toxicologie van Dr. H. Beckurts, 1886, pag. 53,
komt de mededeeling voor van een chemisch onderzoek dezer
stof door Th. Polegk.
[25] GANPHORA CRUDA.
tsloe".
«
Kamfer wordt in groote hoeveelheden uit China aangevoerd
in gewone houten vaten. Het preparaat is vrij onzuiver, bezit
den bekenden reuk, die iets meer penetrant is dan die der
geraffineerde kamfer uit de Europeesche apotheken, en is aan-
wezig in fijn korreligen toestand of in min of meer groote klonters.
Door de vuilwitte kleur die het bezit, gelijken de klonters
(1) Records of Gen. science. Febr. 1836.
76
wel wat op sneeuwballen van vuile sneeuw gemaakt, gelijk
PoRTBR Smith reeds opoaerkte. Deze kamfer kost hier slechts
ƒ 0.75 de Ihaii, terwijl de beste borneol of Sumalra-kamfer
ƒ 8.50 de thail kost.
Terwijl de Chineezen deze laatste beschouwen, als be-
zittende giftige eigenschappen, zoo wordt van de gewone
kamfer nog al eens inwendig gebruik gemaakt. Over de
bereiding zie men Ocdemans, Pharmacognosie pag. 560 en
volgende.
[26] BORMEOL.
jE
tSlAn.
Ü boi.
:A:
torn.
m
boi.
^ Mem.
m
bot.
)^
r'lèii.
^ rièB.
)t
W^Èèm
De Sumatra kamfer, borneol, is een door de Chineezen hoog-
geschat geneesmiddel. Het komt voor in platte, witte, geheel
of halfdoorschijnende kristalplaatjes van verschillenden vorm en
grootte, de grootste ongeveer 1 ctm. Aan enkele is hout-
weefsel verbonden.
De reuk is eigenaardig en verschillend van Formosa -kamfer.
Hanbury vergelijkt hem bij dien van gewone kamfer met eenen
nareuk van patchouli. De kristallen bezitten een grooter spe-
ci6ek gewicht, dan de gewone kamfer l)ezit, terwijl zij ook
eene daarvan verschillende chemische samenstelling hebben.
In tegenstelling met de gewone kamfer, laat de borneol zich
tusschen de vingers tot een poeder wrijven.
Even als deze is de borneol zeer vluchtig. Vele t^hineesche
apothekers die geen dagelijksch debiet hebben van keelpoeder
{mm «« SMi) , voegen er de borneol eerst aan toe bij de afleve-
ring. Daarom juist kan een keelpoeder waarin dit ingrediënt is,
en bijna allen bevatten het, niet lang intact bewaard worden ,
11
daar de stof zich als fijne kristalletjes afzondert en boven
tegen de slop van het fleschje, waarin het bewaard is, wordt
afgezet.
De Chineezen hier ter plaatse hebben gewoonlijk eenige
soorten voorhanden, die eenigzins in prijs verschillen, maar
waarvan het verschil is gelegen in de meerdere of mindere
grootte der kristalfragmenlen en in het al of niet verontrei-
nigd zijn met houtvezels. De borneol wordt op Sumatra in de
Bataklanden verkregen door den boom die het levert, de /)ryo-
balanops camphora {Diplerocarpeae) , om Ie hakken en na splij-
ting, de tusschen de houtvezels afgezette kristallijnc massa's af te
zonderen. Dr. Kiasi, die eenigen tijd te Zfaro5 onderzoekingen deed,
verhaalde mij dat de Batakkers tegenwoordig de goedkoope For-
mosa-kamfer opkoopen, met het doel hunne kamfer daarmede
te vervalschen. Ook mengen zij hun product soms, vóór zij het
ter markt brengen, met fijn verbrokkelde rijstkorrels , zoodat
reeds Ghineesclie opkoopers zich tot het hoofd van het plaatse-
lijk bestuur hebben gewend, met het verzoek die vervalschingen,
welke hun veel last veroorzaken, tegen te gaan.
De prijzen der bovengenoemde borneolvarieteiten zijn voor
de eerstgenoemde ƒ 8.50 de thall, voor de tweede ƒ 5.25
en voor de derde ƒ 8 de thall.
Een der middelen die de Chineezen aanwenden tot herkenning
van de echtheid van het borneol, is, dat een klein fragment op
de cornea van een der aanwezige personen, die zich daartoe
bereid heeft verklaard, wordt gebracht. Zoo dit stukje dadelijk
verdampt is het artikel echt.
78
[27] CARBO YEGETiBlLlS E PRUHIS PARATUS.
^ tcoAn.
*^ o.
W bot.
De gedroogde vruchten van de in China voorkomende Prunus
mume, S. en Z. ('), eene pruimensoorl, komen in de Chineesche
apotheken alhier voor, als zwarte ineengeschrompelde lichamen,
waaraan de pruimenvorm nog te herkennen is, doch die de
grootte bezitten van eene Hollandsche kers. Het gedroogde
vruchtvleesch is zuurachtig en bezit dezelfde kleur en consisten-
tie als dat der gedroogde Fransche prunes i'Ente.
Van de species die tol het maken van arak obat gebezigd wordt,
maken deze of andere pruimen dikwijls een der bestanddeelen uit.
Tot het bereiden van plantaardigen kool, worden de ge-
droogde pruimen eerst van de pitten ontdaan en daarna in een
steenen kroes op kolenvuur gezet. De kroes wordt met een
schoteltje bedekt en eerst nadat de uitstooting van witachtige
dampen, onder het schoteltje uit, heeft opgehouden , wordt het
preparaat verwijderd en afgekoeld. Alsdan stelt het eene
poreuse zwarte aaneengesinterde massa daar, die in een mortier
tot een fijn poeder wordt afgewreven. De Ghineezen maken
van deze kool ook gebruik als tandpoeder , door er een weinig
borneol mede te vermengen.
[28] EXTRACTUl L16H1 AGiGlAL
^
dzt.
té.
boAh.
Als ingrediënt van eenige keelpoeders komt dit preparaat
in de Chineesche apotheken voor, als een zeer fijn lichtbruin
['] HoFFMANir en Scuultes 1. c. pag. 46.
19
poeder, dat in water en in alcohol gedeeltelijk oplosbaar is,
eenen bitteren, zamentrekkenden , zoetachligen smaak heeften
nagenoeg reukeloos is. Door de Cbineezen wordt het in het
maleisch vertaald met »gambir tjina'' d i. Chineeschegéimbier.
De stukken waarvan het poeder gemaakt wordt, zijn voor-
handen als platte koeken, waaraan soms aan eene der vlakten
drooge bladeren kleven , die gediend schijnen te hebben om het
aaneenkleven der stukken te voorkomen. Deze bladeren waren,
in eene door mij onderzocht monster, ovaal toegespitst aan
de basis hartvormig, met eenen gezaagden, stekeligen rand.
De koeken zijn dof zwartbruin en licht breekbaar, op de
breuk vindt men ze hier en daar van poriën voorzien , donker
chocolade-bruin en glimmend, soms schilferig. Den bitter-samen-
trekkenden smaak met zoeten nasmaak proeft men ook wanneer
men de fijngepulveriseerde stof beruikt, als wanneer fijne par-
tikeltjes langs de neusholte, de mondholte bereiken.
Het medicament bestaat uit het, ook in onze apotheken bekende,
extraclum liijni ocaciae, de pegu-catechu (^). Onder den micro-
scoop doet zich het poeder voor als bestaande uit scherphoekige ,
grootere of kleinere fragmenten van eene geel-bruine kleur en
doorschijnend, waartusschen fijne korreltjes en kleine raphiden
van oxaalzure kalk. Het onoplosbare gedeelte, dat bij de behan-
deling met water of alcohol overblijft, vertoont die kleine raphi-
den in groolen getale, echter nooit tot bundels vereenigd, doch
steeds geïsoleerd.
Bovendien treft men er constant kleine, cirkelronde, eencellige
lichaampjes in aan , die roodbruin zijn gekleurd , benevens frag-
menten van planten weefsel, waaronder vaten met hofstippels.
Volgens PoRTKR Smcth (^) wordt het uitwendig door de
Cbineezen aangewend bij prolapsus recti, tandpijn en verschillen-
de ulceraties. Williams verwart eenige soorten van catechu
met elkander, in zijne beschrijving, (^j.
(I) Oddemans 1. c. pag. 604.
W PoRTER Smith 1. c. pag. 55.
(5) WiLLUMs 1. e. pag. 90.
80
[29] SPUli PlGMEHTl INDIGI
hoel.
tai.
Zooals bekend is, maken de Chineezen bij het blauwverwen
van kleederen, door middel van indigo, geen gebruik van de
drooge verfstof, doch immer van die, welke als een blauwe
brei voorkomt. Deze brei wordt verpakt in open bamboe-
manden en van de plaats waar zij aangemaakt is, naar de
blauwverwers opgezonden. Vóór deze echter lot kleuren dient
moet zij eene bewerking ondergaan, die op het volgende neer-
komt. Daartoe is tapei-ketan noodig. Deze stof wordt bereid
door gekookte kleefrijst {Oryza glulinoza) met eene giststof,
ragi (*) te vermengen en deze ingrediënten, drie etmalen op
elkander te doen inwerken, als wanneer er een gislingsproces
ontstaat waarbij koolzuur wordt uitgescheiden.
De tapei-ketan wordt met een weinig kalk goed onder de
indigo-brei gemengd en daarna het geheel in groote tonnen
gedaan, waarin water naar behooren wordt bijgevoegd. Het
geheel, dat herhaaldelijk moet omgeroerd worden, stelt eene
donker-blauwe vloeistof daar, waarmede de te verwen stoffen
worden geïmbibeerd. Vóór men daartoe echter kan overgaan
moet deze vloeistof nog eenige dagen aan zich zelve worden
overgelaten, terwijl zich in haar teekenen van langzame
gisting vertoonen.
Deze is kenbaar doordien er van lieverlede een blauw
schuim op ontstaat, eene spongieuse massa, die als eilandjes
bovendrijft en behalve uit koolzure kalk, uit indigo-kleurstof
bestaat, waartusschen zich eene menigte indigo-bacillen hebben
opgehoopt. Dit schuim gedroogd zijnde, stelt de oflicineele
r*] VoRDERMAN. Catalogus van eenige Chineesche en Inlandsche voedings-
middelen van Batavia^ Geneeskundig Tijdschrift voor Ned. Ind. deel XXV afl. 2,
pag. 28 sub 220.
dl
tmiag tai daar. Het is in de Chineesche apotheken voorhanden
als een fijn donkerblauw poeder.
rSO] TROGUSOI UU CUl FELLL
slng.
Harde, kleine, platte koekjes, die aan de oppervlakte ruw
korrelig zijn en waarvan de breuk zich glimmend harsachtig
voordoet. De kleur is bruin en de smaak bitter. Het is een
artikel, dat in China wordt bereid en in papier gewikkeld , als
kleine pakjes wordt ingevoerd. Op dit papier staan de naam
van den fabrikant en die van het middel.
Een andere vorm , die duurder is, en ook in uitwerking hooger
wordt geschat, komt uit Kwang-ioeng. Deze bestaat uit grljsgeele
cylindervormige rolletjes, 6 a 7 ctm. lang en2ctm. dik. Van
buiten zijn deze gewoonlijk geelachtig of wit aangeslagen en van
eenige overlangsche indroogingspleten voorzien, terwijl zij geheel
het uiterlijk hebben van uit deeg te zijn gekneed , dat later hard
is geworden.
Beide soorten worden bereid uit de knolletjes van Arum
perUapkyllum f eene Chineesche Aroidea, en uit ossengal.
De bereiding kan in China enkel in de wintermaanden ge-
schieden, daar zij des zomers wegens bederf der gal zoude
mislukken. Daartoe worden de wortelknolletjes fijngestampt,
boven kokend water uitgestoomd en daarna met ossengal
tot een deeg verwerkt, waarna dit zeven dagen lang gedroogd
wordt. Hierna wordt dit nog eens met gal vermengd^ en
uitgestoomd, welke bewerking wederom zeven malen moet
herhaald worden, vóór het middel gereed is.
De tubera ari , lAm sini; ^ M ' ^Ü^ '^ ^^ Chineesche
apotheken voorhanden > doch voor het gebruik der onbereide
6
82
knolleljes wordt door de Chineesche deskundigen met zekere
bezorgdheid gewaarschuwd.
Zij ZLjn plat-rond, van buiten licht geelachlig-bruin , als
met meel bestoven en dikwerf aan den buitenkant beschimmeld,
daarbij steenhard en bezitten van boven op de platte zijde een
centralen indeuk. Dikwerf zijn er eenige kleine nevenbolletjes
aan den rand ingeplant, waarvan ieder ook een centrale indeuk
vertoont. De opperhuid doet zich voor als eene netvormige
teekening van kleine indrukken. De doorsnede is wit, door
bruinachtige plekken onderbroken.
De epidermis bestaat uit groote platte cellen, waaraan onmid-
delijk groote veelhoekige parenchymcellen grenzen, die met
zetmeel overvuld zijn. Hier en daar worden geele harsklompjes
aangetroffen. Opmerkelijk is het overgroot aantal groote naalden
van oxaalzure kalk, die soms tot paketten en bundels vereenigd
zijn en ook als inhoud van groote kristalbuizen door het weefsel
loopeu. Die bundels hebben een umberkleurigen tint. Het is
voornamelijk aan het voorkomen dezer raphiden te danken dat
de knd eene scherpprikkelende werking bezit op de huid
en de tong. De zetmeellichaampjes zijn 6 a 8 maal grooter
dan die van de rijst, rond ot bijna rond en inwendig door
indrooging verschrompeld.
Ook net- en laddervaten trof ik aan. Bij de bewerking die
deze knollen ondergaan tot de bereiding van tém slngr gaan
eene menigte raphiden verloren, gelijk het microscopisch onder-
zoek der geprepareerde trochisci aantoont. Deze koekjes, in
water geweekt, doen deze vloeistof een groenachtig geele kleur
aannemen, terwijl zij zelf als eene grijsachtige onoplosbare brei
uiteenvallen. In die brei kunnen dezelfde plantendeelen worden
aangetoond als indeknoUetjes, doch het zetmeel, dat door jodium
reactie herkenbaar is, doet zich voor als eene fijnkorrelige massa.
Het water waarin de koekjes geweekt zijn geeft reactie
Tan galkleurstoffen.
83
[31] RiDlX UaUlRlTlAB CUH HELLE PRAEPiRATA.
fl tsiè.
»|ll{i tfthé.
Een zekere hoeveelheid honig wordt in eene pan gekookt.
Wanneer de honig eenigen tijd gekookt heeft wordt er water
aan toegevoegd en worden tevens zoethoutwortelschijQes
in het mengsel gedaan. Deze massa wordt nu weder opgekookt
en wel zoolang, tot dat de vloeistof nagenoeg verdampt is en
er slechts een dik strooperig residu overblijft.
Het aldus bereide middel doet zich voor» als eene verzameling
zoethoutwortelschijQes, die donkerbruin verkleurd zyn en
onderling aaneenkleven^ door middel van eene zwarte kleverige
stof. De smaak is natuurlijk zeer zoet.
[32]
FDU60.
w
pik.
m
Uh.6.
m
■OBf
Roet is als een koolzwart, zeer licht poeder, in de Chineesche
apotheken voorhanden. Het bezit den eigenaardigen bekenden
reuk en is soms tot groote korrels vereenigd, maar meestal
met vezels verontreinigd. Met water laat het zich moeielijk
vermengen. In China wordt het verzameld uit de stookplaatsen,
waar het zich heeft afgezet en daarna worden de grove ver-
ontreinigingen er uit verwijderd, zonder meer. De roetsoort, die
tot het bereiden van Chineesche inkt wordt gebezigd, wordt
op andere wijze verkregen en ondergaat daarna eene bijzondere
zuivering. ^
Chemisch bestaat het bovenbedoelde preparaat uit kool ver*-
mengd met empyreumatische stoffen, terwyl het zich micro*
84
scopisch voordoet als zwarte onregelmatige korrels, die onderliag
veel in grootte verschillen, waartusschen fijn korrelig déliris, en
bruine half doorschijnende slructuurkK)ze brokstukjes.
:33:
succmnL
IF
tslè"
m
ho.
fla
pcik.
Afgeronde, hoekige, bultige stukjes, die soms plat zijn, van
verschillenden vorm, ter grootte van een hazelnoot of kleiner;
van binnen zijn zij oranje-bruin en doorschijnend, van buiten
grijsachtig geel besloven , als verweerd. Soms trefl men frag-
menten aan die gedeeltelijk rood, gedeeltelijk geel gekleurd
zijn. Zij zijn licht brandbaar en verspreiden bij onvolkomen
verbranding een harsachligen niet onaangenamen geur. In
alcohol zijn zij oplosbaar, doch water laat hen intact. Gepul-
veriseerd gelijkt het op colophonium. Volgens de hier aanwe-
zige Chineesche [ artsen moet het eene fossiele harssoort zijn ,
waarmede dan ook alle eigenschappen overeenkomen. Een
Chineesche apotheker toonde mij hier een groot sluk, als
eene zeldzaamheid dat den vorm had van een fungeusen uit-
was en hoewel bruingeel van kleur toch helder doorzichtig
was. De bultige oppervlakte was van het verweerde laagje
ontdaan , en het geheel was op een plankje bevestigd en werd
als een curiosum bewaard. Volgens Dr. Williams (*) wordt dit
product valsche amber genoemd en bestaai het uil eene fossiele
hars, die niet alleen veelvuldig aan het strand van sommige
eilanden uit onzen archipel wordt aangetroffen en verzameld,
maar ook op dergelijke wijze langs de Chineesche stranden
voorkomt, hoewel spaarzaam. Ook moet de oostkust van >l/riAa
haar conlingenl aan dit artikel leveren, van waar het via flnV^cA-
hdië naar China wordt vervoerd.
(*) Williams 1. e. pag. 140.
SS
Een der bieraanwezige Cbineesche inedicijqhandelaars toonde
mij de beslc soort van ho pcfu. De stukjes, waaruit dit be-
stond, waren licblgeel van kleur, terwijl er velen onder voor-
kwamen, die bewerkt waren, als afgebroken ovale kralen, met
een doorboord kanaal in bet midden, in één woord, dia alle
eigenseba ppen badden van de in onze bollandscbe apotheken
voorbanden barnsteenfragmenten, tot medicinaal gebruik.
Als zoodanig moet dan ook dit middel worden beschouwd.
PoRTER Smitu handelt, op pag. 12 van zijn aangehaald >verk>
over dit middel. Soubeiran meldt er in zijn boek op pag. S
slechts weinig over.
[34] BORAX TEIUU USTUS.
j^ se.
Een fijn, wit, zeer licht poeder, dat verkregen wordt door
pulveriseering van gebrande borax. De bewerking die de bora>
daartoe ondergaat woonde ik bij in eene Cbineesche apotheek.
De ruwe cbineesche borax werd eerst fijn gepulveriseerd en
daarna bij beetjes met de vingers gestrooid in eenen bijna
gloeiend beeten ijzeren pan, welke pan op een kolenvuur was
geplaatst. Onder uitstooting van waterdampen, waarbij een
gedeelte als vloeibare bolletjes opzwol, kreeg de massa een
grooler volumen. Met behulp van een ijzeren spatel werd nu
de inbond afgeschrapt, dooreen gemengd, en zoo lang op
het vuur gelalen tot dat het sissend geluid, dat bij bet verwij-
deren van het krislalwater gehoord werd, had opgehouden.
Nu werd de pan van iuei vuur gekomen en de inhoud, die
spoedig bekoeld was, op een uitgespreid papier uitgestort. Daar-
bij werden enkele deelen, die zwart waren aangeslagen, verwij-
derd en de wille broze poreuze massa tot medicinaal gebruik
aangewend. De ruwe borax waarvan de Chineezen gebruik
86
maken, is iu huune apotheken voorhanden als platte koekvor-
mige stukken, van grofkristallijne structuur, van onderen grot
meelig wit en van boven door eene laag grove bruinachtige
kristallen begrensd. Hij komt nit Thibet, waar sommige zilte
meeren of poelen , bij langzame verdamping van hun water, de
borax als incrustaties afzetten. Deze in water opgelost en
wederom verdampt, in vaten waarin touwtjes zijn gespannen,
vormt de bovenbeschreven koeken. De plaatselijk Maleische
naam van dit product, dat hier veelvuldig door goudsmeden
wordt gebruikt, is »pidjer." Men schrijft er eene zuiverende
kracht aan toe ingeval van verwaarloosde wonden of bij aph-
theuse aandoeningen van den mond.
Als onderdeel van de keelpoeders vormt het, in gebranden
staats het voornaamste bestanddeel. Williams (}) beweert dat
Cbineesche borax ook naar Europa wordt uitgevoerd. Dr.
Crbtibb , scheikundige van het mijnwezen in Ned.-lndié, onder-
zocht een specimen gel)rande borax, zooals het in de keelpoe-
ders wordt gebruikt^ op het watergehalte. Hij vond er nog
20°/o kristalwater in. Hoe slordig echter sommige Cbineesche
apothekers de borax branden, deelde ik reeds hierboven in
het eerste gedeelte van dit werk mede.
De millitaire apotheker Ottow onderzocht een ander specimen
van gebrande borax, dat, op goede wijze, in een Cbineesche
apotheek was bereid. Hij vond daarin nog een watergehalte
van 13.25^/^ terwijl de gekristalliseerde borax, waaruit het
bereid was, volgens dien chemicus, 46.95^^/0 water inhield.
[35] SULPH&S SODU 0RTST&LLBAT08.
TC
goAn.
m
btnu.
#
hoen.
Zwavelzure soda wordt in Setjoean en Shantoeng in on
zui
(<) WlLLIABlS 1. c. pag. 167.
87
toestand aangetroffen , te geliik met salpeter, en stelt in ruwen
toestand een preparaat daar dat p'^oh slan heet.
Het onzuivere product wordt, nadat het verzameld is, in
water opgelost en daarna uilgekrislailiseerd. De geslaagde
kristallen worden er uitgezocht en volgens Porter Smith
op de volgende wijze gezuiverd. Tien kat lis dezer kristallen
worden opgelost in een pikol water en deze solulie gedu-
rende één nacht in den maneschijn gezet, hen volgenden dag
wordt deze oplossing opgekookt onder toevoeging van wilte lobak
om daarna gedurende den volgenden nachl weder in den mane-
schijn te worden gepiaalst. Daarop wordt het vocht wederom
gekookt, doch nu onder toevoeging van zoelhoulwortel , en
eerst dan wordt de loog in een vat verhit, dat met leem is toe-
gemaakt, om later, na geGUreerd te zijn, drie dagen lang aan de
lucht te worden blootgesteld Het zout van het geGltreerde
vocht stelt het praeparaat daar wat boven genoemd is en
vormt grootere of kleinere kristallen van glauberzout, die met
een wit beslag zijn bedekt en een onoogeiijk uiterlijk be-
zitten. De Chineezen weten echter zeer goed salpeter van
zwavelzure soda te onderscheiden, gelijk mij een Chineesche
medicus aantoonde. Daartoe nam hij een stukje salpeter,
legde dit op een onderlaag en slak hij een lucifer aan.
Het verkoolde nog gloeiende gedeelte van het houtje werd
tegen het kristal aangeduwd, zoodat de kool zich aan de
salpeter hecbtle en daarop blies bij uit alle macht met het
gloeiende uiteinde van den niet meer brandenden lucifer tegen
die kool aan. Een zeer kleine ontploffing was het resultaat.
Dezelfde proef bij sulphasnalricus herhaald gaf geene ontploffing.
Ik vermeld dit omdat Porter Smith in zijn artikel over natieve
sulphas sodae hel volgende zegt: »The sulphate of soda and
«nitrate of polash cryslallise very readily, inlo large regular
•crystals, indislinguishable to the Chinese", etc, Mochten de
Chineezen de kristallen niet van elkander op zicht weten te
onderscheiden, toch weten zij dit, door middel van de boven-
vermelde reactie, vrij goed langs anderen weg te doen.
88
[36] lULPHAS OiLOU QRTSTiUIUTUS linTDL
fE. hiêB.
JR «■«
Kene vrij duidelijke afbeelding van dit mineraal komt voor
in de Cliineesche materia medica Pte Wmm luuig BMe. Poam
Smith nociul het onder den ouden naam seléniet op pag. 195
van tijn werk en citeert als vindplaatsen Shamsi, Pe-ijiU en
Het komt voor als kleine platte hexagonale kristallen van
een letgrauwe kleur, min of meer verweerd, waarvan de
grootste eene lengte van 1 clm. bedtten en die licb gwnakkdgk
laten splijten.
Dr. VfiawecK te Bmtm:serg had de goedheid deie kristaUea
voor my te herkennen als een bijzonderen vorm van gips.
SiraKge gips wordt ook nit Clnma ingevoerd in groole blokken
en dient hier, na gcèrand te z^n, bij de Chineescbe berafing
Tan l^mine-kaas uit witte soja-boontjes (kaljang kadelé poetih).
[371 iCETiS ODFUOn.
Het basisch koperoxyde wordt in Cfhina bereid door mwer-
king van azijn op metallisch koper.
In de apotheken is het voorhanden als een grofkorrelig poeder
van licht groenachtig blauwe kleur, waaraan een azgnreuk te
herkennen is. H ikroskopisch doet het zich voor ak helderblauwe
kristalfragroentjes, waartusschen eene ftjn korrelige massa en een
groote hoeveelheid kleurlooze staaQes van verschillende grootte
en dikte.
89
Enkele malen treft men het aan als samenstellend middel in
Chineesche inblaaspoeders voor de keel, doch in kleine hoeveel-
heid. Zoo ook in het poeder van Si Ma In, dat slecht ver-
mengd is, zoodal men met behulp van een loupe gemakkelijk
de partikeltjes van verdigris kan isoleeren.
De Ghineezen wenden het overigens, volgens Portbr Sxith,
aan als een braakmiddel bij ieverlijden of ook uitwemlig tot
het dooden van pediculi, bij syphilitische zweren en bij slan-
genbeet.
[38] GlIIABER liTlTUI,
^ hoef.
^ «e.
Dit preparaat is in de Chineesche apotheken in twee varië-
teiten voorhanden. De meest gezochte, die hier / 8 dekatti
kost, stelt de natuurlijke cinaber daar, zooals die in verschei-
dene streken van Chifia als delfstof voorkomt, b. v. Setjoean, Kwan-
loeng, Kwangsi en Boenan. Het doet zich voor als onregelmatige
glimmende granaatroode brokstukjes^ die een min of meer
geprononceerde n zilverglans bezitten en in grootte afwisselen
tusschen die eener speldeknop en van een hennepkorrel. De
andere is op kunstmatige wijze verkregen en stelt de bekende
platte koeken daar, die van boven en onderen donkerrood zilver-
glanzend en glad zijn en terzijde op de breuk vlakte eene
aaneenschakeling van naaldvorroige kristallen vertoonen, in eene
richting loodrecht op de boven vlak te. Deze variëteit kost hier
ƒ 5 de katti. Gepulveriseerd stellen beiden een fraai rood
poeder daar, van hoog specifiek gewicht. De bedoelde koeken
worden in China bereid door roode zwavel, ter hoeveelheid
van twee deelen, met één deel levend kwik te vermengen
en dit mengsel te verhitten in een destilleerkolf. Het gedeelte
90
dat zich als een koek legen den deksel aanzet, stelt de cinnaber ,
tsoe se , daar dat wat terzijde daarvan aanslaat vormt de
Chineesche vermiljoen , waarvan de kristallen zorgvuldig gepul-
veriseerd, en herhaaldelijk afgewasschen worden en tot kleur-
stof dienen.
Het is opmerkelijk dat de Chineezen deze verwstof , gin tsoe
genaamd, als zeer giftig beschouwen, terwijl zij aan den
cinnaber geene giftige eigenschappen toekennen. Beide poe-
ders, vermiljoen en cinnaber worden, wanneer zij in kleine
hoeveelheden in de Chineesche apotheken worden afgeleverd,
even als de borneol, in papiertjes gewikkeld, die zwartgekleurd
en glanzend zijn. Daar er onder de Chineezen verhalen rond-
gaan van de eigenschap die het water eener bron in Hoenan
zoude bezitten om den gebruiker een lang leven te verzekeren
en deze bron uit eene cinnaber-houdende laag ontspringt
worden de pasgeborenen in China, volgens Porter Smith
onmiddelijk na de geboorte op eene kleine dosis cinnaber out
haald. Deze schrijver (') meent dat deze toediening ook boven
dien op een vaag idéé van mogelijke hereditaire syphilis he
rust, te meer daar dit preparaat, volgens Chineesche begrippen
eene antisyphilitische werking moet bezitten.
[39] iURUH FOUATUH.
]Pf hóng.
^ kim.
fÖ póh.
Goud wordt in enkele deelen van China in de aardkorst
aangetroiTen , doch in onvoldoende hoeveelheid om te voorzien
in de behoeften der bevolking. Daartoe wordt het nog van
Californie, Australië en Borneo aangevoerd.
Bladgoud wordt in China, tot technische doeleinden , in groote
(') PoRTER Smith 1. c. pag. 63.
91
hoeveelheden aangemaakt en ook als zoodanig naar Brilsch-
Indië en den Indischen archipel ullgevoerd (•)
Het komt voor in pakketjes van kleine blaadjes die 2.5 ctm.
in het vierkant zijn, iets dikker zijn dan het westersche
bladgoud 9 en onderling gescheiden zijn door vierkante stukjes
dun Ghineesch papier.
Volgens Chineesche begrippen is goud een middel tegen sali-
vatie, ook tegen die welke het gevolg is van het inwendig
gebruik van kwikzilver.
Als samenstellend middel van inblaaspoeders tegen keeldiph-
theritis wordt het enkele malen aangewend , en is deze aanwen-
ding gegrond op de veronderstelde werking tegen salivatie.
Batavia 9 1 Augustus 1889.
A. G. VORDERMAN.
(1) Williams 1. c. [>ag. 175
ERRATA.
Op pag. 24, regel \i v. o. staat: Camphor pulv.
lees: Bornool.. pulv.
INHOUD
YAir EET PHiRMAGO&EAFHISCHE &£D££LT£.
JL. CSencesmlddeleii alt het dlerenf U^^*
Bladz.
Lapis bezoai' simiae 41
Lapis bczoar bovis 42
Fel ursi inspissatuni 43
Mosclms orienlalis 44
Margaritac 45
Sedimentum urinac 46
B. Cieneesmlddelen uit het plantenryk.
Tuber pachyrhizae trilobi ; . 47
Bulbus uvulariac 49
Rhizoma coptidis 50
Rhizoma alpiniae 54
Radix scululariac viscidulac 56
Radix ginseng nigra 57
Radix cajani flavi . . . .- 59
Radix plalycodontis grandillori 61
Radix liquiritiae 62
Radix toa ting bong 64
Cortex ptcrocarpi flavi 65
Folia mentbac arvensis 67
Folia bambusac 68
Flores pyrcthri sinensis 69
Inflorescentia rehmannlae chinensis 70
Flores capriioliac cbiuensis 71
Capsulae forsylbiac suspensac 71
Concreliones bambusae 73
Gamphora cruda 75
INHOUD.
Bladz.
Borneol 76
Garbo vcgclabilis e prunis paralus 78
Extractum ligni acaciae 78
Spuma pigmenti indici 80
Trochisci ari cum felle 81
Radix liquiritiae cum melle praeparata 83
Fuligo 83
€. €(enecfmlddelen uit het mlnemalrUk.
Succinum S4
Borax venalis ustus 85
Sulphas sodae crystallisatus 86
Sulphas calcis crystallisatus Dativus 88
Acetas cupricus 88
Cinnaber nalivum 89
Aurum ioliatum 90
L